Zeeniveaus

Zeeniveaus

Fysieke eigenschappen, alsmede de flora en fauna van de zee veranderen hoe dieper men komt.

Aardrijkskunde

Trefwoorden

zee, hydrospere, fényelnyelődés, consument, producent, decomposer, plankton, alge, open zee, kust, diepzee, flora en fauna, zoutgehalte, oceaan, zeewater, water, Natuurkunde, Aardrijkskunde

Gerelateerde items

Scènes

Zeeniveaus

  • kustzones - De bovenste 200 meter van de oceaan, dicht bij de kust.
  • open zee - De bovenste 200 meter van de oceaan, ver van de kust verwijderd.
  • diepzee - Het deel van de open zee dat dieper is dan 200 meter.
  • 100 m
  • 200 m
  • 500 m
  • 1000 m
  • 2000 m
  • 3000 m
  • 4000 m
  • 5000 m

Flora en fauna van de zee

  • 100 m
  • 200 m
  • 500 m
  • 1000 m
  • 2000 m
  • 3000 m
  • 4000 m
  • 5000 m

Fysieke eigenschappen van zeewater

  • 100 m
  • 200 m
  • 500 m
  • 1000 m
  • 2000 m
  • 3000 m
  • 4000 m
  • 5000 m
  • 300
  • 400
  • 500
  • 600
  • 700
  • 800
  • nm
  • zonnestraling
  • golflengte
  • ultraviolet - Heeft een golflengte van 100–380 nm, dringt tot 30 meter door in de zee.
  • lila - Heeft een golflengte van 380–420 nm, dringt tot ca. 120 meter door in de zee.
  • blauw - Heeft een golflengte van 420–490 nm, dringt tot maximaal 1000 meter door in de zee.
  • groen - Heeft een golflengte van 490–575 nm, dringt tot ca. 150 meter door in de zee.
  • geel - Heeft een golflengte van 575–585 nm, dringt tot 50 meter door in de zee.
  • oranje - Heeft een golflengte van 585–650 nm, dringt tot 25-30 meter door in de zee.
  • rood - Heeft een golflengte van 650–760 nm, dringt tot 5-15 meter door in de zee.

Lichtabsorptie

Het zonlicht bereikt het zeeoppervlak met zijn gehele lichtspectrum. Het water absorbeert het licht, maar het absorbeert de verschillende golflengtes van het licht in verschillende mate. De voor het menselijk oog onzichtbare infraroodstralen worden al op een diepte van 3 meter geabsorbeerd, terwijl UV-straling tot een diepte van ongeveer 30 meter kan doordringen.

Zichtbaar licht, dat golflengtes heeft van tussen de 380 en 760 nanometer, heeft verschillende kleuren al naar gelang hun respectievelijke golflengte. Zeewater absorbeert rood licht het best op een diepte van 5–15 meter. Oranje wordt het best geabsorbeerd op een diepte van 25–30 meter, terwijl dat bij geel een diepte van 25–30 meter is. Groen en paars worden minder goed geabsorbeerd, lichtgroen en lila kunnen een diepte bereiken van wel 100 meter. Blauw wordt niet goed geabsorbeerd door water, waardoor het kan doordringen tot dieptes van wel 200 of 300 meter, en soms zelfs tot wel 1000 meter. Hierdoor nemen we de zee als blauw waar.

Licht is van essentieel belang voor de organismes die in de kustzones en in de open zee leven. Deze organismes hebben licht nodig voor fotosynthese. Des te minder licht er tot in de zee doordringt, des te minder planten die gebruikmaken van fotosynthese er kunnen leven, wat ook zijn weerslag heeft op de fauna die er voorkomt.

Temperatuur

De temperatuur en de temperatuurschommelingen van de zee zijn veel gelijkmatiger dan op het vasteland. De van het seizoen afhangende temperatuursveranderingen van het water zien we in de gematigde zones, daarentegen zijn de watertemperatuur in de tropen en in de poolgebieden erg constant.

Op een bepaalde dieptelaag in de zee neemt de temperatuur opeens sneller af dan in de lagen erboven. Deze laag wordt ook wel thermocline genoemd. In tropische zeeën is de thermoclinelaag constant en bevindt deze zich op een diepte van 100-500 meter. In zeeën in de gematigde zones verandert de thermocline met het seizoen. In de poolgebieden komen zulke grote temperatuurschommelingen maar zelden voor.

De temperatuur van het water onder de thermocline blijft relatief constant, namelijk ongeveer 2–4 °C.

De watertemperatuur heeft logischerwijs ook invloed op het leven in zee. Levensvormen die minder goed bestand zijn tegen temperatuurschommelingen leven in tropische zeeën, poolzeeën of in de diepzee. Daarentegen leven de levensvormen die beter bestand zijn tegen temperatuurschommelingen in de zeeën van de gematigde zones.

Druk

De hydrostatische druk wordt veroorzaakt door het gewicht van een vloeistof. Druk is hetzelfde in elke richting op een bepaalde diepte, het hangt enkel af van de dichtheid van de vloeistof en de hoogte van de vloeistofkolom. Hieruit volgt dat hoe dieper we de zee ingaan, hoe hoger de druk wordt. Per elke 10 meter stijgt de druk met een extra bar (100 kPa).

Bij een constante temperatuur is het volume van een gas omgekeerd evenredig met de daarop inwerkende druk. Als we bijvoorbeeld een bal in de zee laten zakken, zinkt deze en hoe dieper hij zinkt, hoe groter de druk op de bal wordt en hoe kleiner het volume van de bal wordt.

De organismes die in zee leven zoeken naar een optimale zone wat betreft de druk. Vanwege de verschillen in druk hebben veel van deze organismes de vaardigheid ontwikkeld om zich goed aan te passen aan de veranderende leefomgeving. Voorbeelden hiervan zijn dieren die door hun longen ademen zoals zeehonden, dolfijnen en walvissen.

Zoutgehalte

Het gemiddelde zoutgehalte van de zee bedraagt 3,5%. Dit wil zeggen dat 1 liter water 35 gram aan mineraalzout bevat, voornamelijk natriumchloride.

Het zoutgehalte van de zee is min of meer constant, dit varieert tussen de 3,4–3,5%. Het zoutgehalte van de Stille Oceaan is het meest homogeen van alle oceanen. Het zoutgehalte van de Middellandse Zee, welke over een gesloten watersysteem beschikt, is in de subtropische zone hoger.

Behalve het klimaat beïnvloeden ook de verschillende seizoenen, de zoetwatervoorziening en de geografische locatie het zoutgehalte van de zeeën.

Het zoutgehalte van warmere zeeën die slechts een kleine zoetwatervoorziening krijgen van rivieren is hoger. Hierdoor heeft bijvoorbeeld de Middellandse Zee een hoog zoutgehalte.

Het zoutgehalte van de oceanen verandert naarmate men dieper komt; het kan in verschillende lagen worden onderverdeeld net als bij de temperatuur. Temperatuur en zoutgehalte spelen beide een grote rol bij het vormen van zeestromingen.

Het zoutgehalte van zeewater is van vitaal belang voor de organismes die in zee leven, en een plotselinge verandering hierin zou leiden tot een dramatische afname van de verscheidene zeepopulaties.

Animatie

  • kustzones - De bovenste 200 meter van de oceaan, dicht bij de kust.
  • open zee - De bovenste 200 meter van de oceaan, ver van de kust verwijderd.
  • diepzee - Het deel van de open zee dat dieper is dan 200 meter.
  • Plankton - Het geheel van de in de zee drijvende organismes die niet tegen de stroom in kunnen zwemmen.
  • 0 m = 25 °C
  • 100 m = 23 °C
  • 200 m = 20 °C
  • 500 m = 15 °C
  • 1000 m = 5 °C
  • 2000 m = 3 °C - Vanaf hier is de watertemperatuur bijna constant.
  • 100 m 1000 kPa = 10 bar
  • 500 m 5000 kPa = 50 bar
  • 1000 m 10000 kPa = 100 bar
  • 5000 m 50000 kPa = 500 bar
  • 100 m
  • 200 m
  • 500 m
  • 1000 m
  • 2000 m
  • 3000 m
  • 4000 m
  • 5000 m
  • 300
  • 400
  • 500
  • 600
  • 700
  • 800
  • nm
  • zonnestraling
  • golflengte
  • ultraviolet - Heeft een golflengte van 100–380 nm, dringt tot 30 meter door in de zee.
  • lila - Heeft een golflengte van 380–420 nm, dringt tot ca. 120 meter door in de zee.
  • blauw - Heeft een golflengte van 420–490 nm, dringt tot maximaal 1000 meter door in de zee.
  • groen - Heeft een golflengte van 490–575 nm, dringt tot ca. 150 meter door in de zee.
  • geel - Heeft een golflengte van 575–585 nm, dringt tot 50 meter door in de zee.
  • oranje - Heeft een golflengte van 585–650 nm, dringt tot 25-30 meter door in de zee.
  • rood - Heeft een golflengte van 650–760 nm, dringt tot 5-15 meter door in de zee.

Gesproken tekst

71% van het aardoppervlak is bedekt met water, waardoor zeeën en oceanen het grootste leefgebied ter wereld vormen. Omdat mariene leefgebieden in verschillende zones kunnen worden opgedeeld, verschillen de milieuomstandigheden per zone, zowel horizontaal als verticaal.

De mariene ecosystemen worden in drie hoofdzones opgedeeld, te weten de kustzones, de open zee en de diepzee.

De kustzone bevindt zich boven het continentale plat en is niet dieper dan 200 meter. De flora en fauna hier zijn zeer gevarieerd. Kustzones zijn eutroof, dat wil zeggen dat hier de meeste voedingstoffen aanwezig zijn voor verschillende levensvormen. Dit komt doordat de rivieren die uitmonden in zee hun voedingstoffen meebrengen naar deze kustzones, en tevens bevinden zich hier resten van dode organismes die vanuit de zee terugvloeien naar de kusten. Er is fotosynthese mogelijk doordat er zich hier licht bevindt.

Met de open zee bedoelen we de bovenste 200 meter van de oceaan, die ver van de kust verwijderd is. Hier is ook licht aanwezig, dus is er fotosynthese mogelijk. Echter, er zijn hier normaal gesproken niet genoeg voedingsstoffen aanwezig, omdat de resten van dode organismes naar de bodem van de oceaan zinken. Hierdoor is er weinig leven in de open zee. In de buurt van kustwateren of zones met een opwaartse stroming, waar er genoeg voedingstoffen zijn, is er voornamelijk plankton aanwezig. Dit zijn allerlei verschillende organismes die niet tegen de stroom in kunnen zwemmen en hierdoor in het water blijven zweven. In gebieden waar veel plankton leeft, wordt het water groen.

De diepzee bevindt zich 200 meter onder de open zee. Het ecosysteem van deze zone is tot op heden nog nauwelijks onderzocht. Lager dan 1000 meter onder zee is het volledig donker. Hierdoor leven er geen planten. Er leven alleen dieren en bacteriën die zich voeden met resten van organismes die vanuit de hogere zones naar beneden drijven.

Milieufactoren hebben ook invloed op het leven in zee. Water absorbeert licht, maar het absorbeert verschillende golflengtes van het licht op verschillende dieptes. Blauw licht wordt niet goed geabsorbeerd door het zeewater, waardoor het licht tot diep door kan dringen in het water. Hierdoor nemen we de zee als blauw waar.

Licht is van essentieel belang voor organismes in zowel de kustwateren als in de open zee. Hoe minder licht er doordringt tot in de zee, hoe kleiner het aantal planten wordt, aangezien deze planten van fotosynthese gebruikmaken. Dit heeft ook zijn weerslag op de fauna.

De temperatuur en de temperatuurschommelingen van de zee zijn veel kleiner dan die op het vasteland. Hoe dieper je afdaalt in de oceaan, hoe kouder het wordt. De watertemperatuur op een diepte van 2.000 meter en dieper is constant en bedraagt ongeveer 2–4 °C.

De temperatuur heeft natuurlijk ook invloed op het leven in zee. Diersoorten die minder goed bestand zijn tegen temperatuurwisselingen leven in tropische en poolzeeën of in de diepzee. Diersoorten die beter tegen temperatuurwisselingen bestand zijn, daarentegen, leven in zeeën in de gematigde zones of in de kustzones.

Hoe dieper we de zee ingaan, hoe hoger de druk wordt. Bij een constante temperatuur is het volume van een gas omgekeerd evenredig met de daarop werkende druk. Als we bijvoorbeeld een bal in de zee laten zakken, zinkt deze en hoe dieper hij zinkt, hoe groter de druk op de bal wordt en hoe kleiner het volume van de bal wordt.

De organismes die in zee leven zoeken naar een optimale zone wat betreft de druk. Vanwege de verschillen in druk hebben veel van deze organismes de vaardigheid ontwikkeld om zich goed aan te passen aan de veranderende leefomgeving. Voorbeelden hiervan zijn dieren die door hun longen ademen zoals zeehonden, dolfijnen en walvissen.

Het gemiddelde zoutgehalte van een zee bedraagt 3,5%. Dit wil zeggen dat 1 liter water 35 gram aan mineraalzout bevat, voornamelijk natriumchloride.

Het zoutgehalte van de Stille Oceaan is het meest homogeen van alle oceanen. Het zoutgehalte van de Atlantische Oceaan, die over een gesloten watersysteem beschikt, is in de subtropische zone hoger. Behalve het klimaat beïnvloeden ook de verschillende seizoenen, de zoetwatervoorziening en de geografische locatie het zoutgehalte van de zeeën. Het zoutgehalte van warmere zeeën die slechts een kleine zoetwatervoorziening krijgen van rivieren is hoger. Hierdoor heeft bijvoorbeeld de Middellandse Zee een hoog zoutgehalte.

Het zoutgehalte van zeewater is van vitaal belang voor de organismes die in zee leven, en een plotselinge verandering hierin zou leiden tot een dramatische afname van de verscheidene zeepopulaties.

Gerelateerde items

De continenten en de oceanen

Het vasteland op Aarde is verdeeld in continenten die worden gescheiden door oceanen.

p-V-T diagram voor ideale gassen

De relatie tussen de druk, volume en temperatuur van ideale gassen wordt beschreven door de gaswetten.

Zeeën en baaien

De animatie geeft een samenvatting van de belangrijkste zeeën en zeegolven.

De getijden

Het stijgen en dalen van zeeniveaus wordt veroorzaakt door de zwaartekracht van de Maan.

De onderzeeër Ictíneo II

Deze door de Spaanse uitvinder Narcís Monturiol ontworpen onderzeeër betekende een enorme stap voorwaarts in de geschiedenis van de onderwatervaart.

De ontzilting van zeewater

Met behulp van ontzilting kan uit zeewater drinkwater worden gewonnen.

De watercyclus (basisniveau)

Water op aarde is in een voortdurende staat van verandering. De watercyclus omvat processen zoals verdamping, neerslag, smelten en bevriezen.

De watercyclus (gemiddeld niveau)

Water op aarde is in een voortdurende staat van verandering. De watercyclus omvat processen zoals verdamping, neerslag, smelten en bevriezen.

De zeebodem (kaart)

De grenzen van tektonische platen op de zeebodem zijn duidelijk waarneembaar.

Hoe werkt een stofzuiger?

De stofzuiger creëert een gedeeltelijk vacuüm en zuigt stof op met behulp van de instromende lucht.

Hydrothermale diepzeebronnen

Een hydrothermale bron is een scheur in het aardoppervlak waaruit geothermisch verwarmd water spuit.

Kwal

Één van de oudste dieren met weefsel, de zogenaamde Eumetazoa of orgaandieren. Het is een vrijzwemmend neteldier.

Lichtreflectie en lichtbreking

De lichtbundel wordt op de grens van twee media met een verschillende brekingsindex gebroken en weerspiegeld.

Water (H₂O)

Water is een zeer stabiele verbinding van waterstof en zuurstof, onmisbaar voor alle bekende levensvormen. In de natuur komt het voor in vloeibare, vaste en...

Zeeduivel

Deze bizar uitziende vis gebruikt zijn lichtgevende lokaas om zijn prooi te vangen. De animatie toont hoe dit in zijn werk gaat.

Zeestromingen

De thermohaliene circulatie is het wereldwijde systeem van zeestromingen, dat een grote invloed heeft op het klimaat op aarde.

Haven

Havens moeten de noodzakelijke infrastructuur en diensten bieden voor de industrie en het zeetransport.

Vervoersnetwerken

De animatie toont de belangrijkste lucht-, water- en landroutes en vervoersknooppunten.

Added to your cart.