Virussen

Virussen

Virussen bestaan uit eiwitten en DNA of RNA, en herprogrammeren geïnfecteerde cellen om zich zo te reproduceren.

Biologie

Trefwoorden

virus, infectie, druppelinfectie, ziekte, tabak mozaïek, bacteriofaag, HIV, influenza, AIDS, faag, capside (eiwit shell), genetisch materiaal, DNA-virussen, RNA-virussen, DNA, RNA, lipidemembraan, gastcel, spiraalvormig, icosaëdrisch, binaal, virologie, Biologie

Gerelateerde items

Scènes

HIV

  • lipide membraan - Deze komt uit de membraan van de gastcel: wanneer het virus de cel verlaat is het gehuld in een stuk van de celmembraan.
  • oppervlak eiwit - Ze dienen om gastcellen te identificeren en het virus eraan te binden.
  • externe eiwitenvelop - Het genetisch materiaal van het virus codeert het eiwit van de twee eiwit enveloppen.
  • capside
  • genetisch materiaal - HIV is een retrovirus. Het genetische materiaal is RNA, waarvan een DNA-kopie gemaakt wordt in de gastcel. Deze codeert de eiwitten van het virus.

Tabaksmozaïekvirus

  • capside (eiwitmantel)
  • genetisch materiaal - RNA. In virussen kan het genetisch materiaal DNA of RNA zijn.

Bacteriofaag

  • hoofd - Een deel van het capside (eiwitmantel). De vorm is een langgerekte icosaëder met 20 vlakken.
  • staart - Een buisvormige structuur waar het genetisch materiaal wordt geïnjecteerd in de gastcel.
  • staartvezels - Ze dienen om het virus te hechten aan de gastcel.
  • genetisch materiaal - In de meest bekende bacteriofagen (T4 en ΦX174) is het DNA, terwijl het in andere fagen ook RNA kan zijn.

Influenzavirus

  • lipide membraan - Deze komt uit de membraan van de gastcel: wanneer het virus de cel verlaat is het gehuld in een stuk van de celmembraan.
  • oppervlak eiwit - Ze dienen om gastcellen te identificeren en het virus eraan te binden.
  • capside (eiwitmantel) - Het genetisch materiaal van het virus codeert het eiwit van het virusomhulsel.
  • genetisch materiaal - In het influenzavirus is het RNA, in andere virussen kan het ook DNA zijn.

Animatie

Gesproken tekst

Tijdens een virusinfectie injecteren virussen hun genetisch materiaal, DNA of RNA, in een gastcel. Daarbij herprogrammeren zij het metabolisme van de gastcel zodat deze virussen produceert uit het eigen celmateriaal. Virussen kunnen zichzelf alleen reproduceren in de gastcel, en hebben geen eigen stofwisseling, daarom zijn het geen levende wezens.

Bacteriofagen infecteren bacteriën. Na zich eraan te hebben gehecht, injecteert het virus het genetische materiaal in de bacterie, die hierna begint met het produceren van virussen. Als de virussen de dode bacterie verlaten, gaan ze verder met het infecteren van andere cellen.

De eiwitmantel van het influenzavirus bevat RNA en deze eiwitmantel wordt omhuld door een lipide membraan, dat overeenkomt met het celmembraan van de gastcel. Influenzavirussen worden verspreid via kleine druppeltjes die vrijkomen bij het hoesten en niezen. Bij het bereiken van de luchtwegen spuiten ze hun RNA in cellen. De gastcellen produceren dan virussen, die weer andere cellen infecteren. De infectie is meestal onschuldig, maar in sommige gevallen kan het levensbedreigende gevolgen hebben. De Spaanse griep-epidemie, die tientallen miljoenen mensen over de hele wereld heeft gedood na de 1e Wereldoorlog, werd veroorzaakt door het H1N1-subtype van het Influenza A-virus.

Vaccinatie is tegenwoordig een effectieve methode om influenza te voorkomen; door de hoge mutatiesnelheid van het virus wordt het voor sommige bevolkingsgroepen aanbevolen om deze griepvaccinatie of griepprik jaarlijks te herhalen.

Gerelateerde items

Bacteriën (kokken, bacillen, spirillen)

Bacteriën komen voor in heel wat verschillende vormen, waaronder bolvormige, staafvormige en spiraalvormige bacteriën.

De secundaire structuur van eiwitten

Polypeptideketens bestaan ​​uit aminozuren en kunnen voorkomen in alfa-helix of beta-sheet vorm.

De structuur van eiwitten

De structuur en samenstelling van polypeptideketens beïnvloedt de ruimtelijke structuur van eiwitten.

De Zwarte Dood (Europa, 1347-1353)

De bacteriële ziekte die bekendstaat als de pest is één van de meest dodelijke infectieziekten uit de menselijke geschiedenis.

DNA

Drager van genetische informatie

Euglena viridis

Een eencellige die in zoetwater leeft. Ze kan zowel autotroof als heterotroof functioneren.

Genoombewerking

Genoombewerking of genome editing is een vorm van genetische modificatie waarbij het genoom van een organisme wordt veranderd. In deze animatie zie je hoe...

Grote amoeba

Een heterotrofe protist die in zoet water voorkomt. De vorm ervan verandert voortdurend.

Pantoffeldiertje

Een eukaryotische eencellige diersoort die in zoetwateren algemeen voorkomt.

RNA

Een polynucleotide die bestaat uit fosforzuur, ribose en nucleobasen (cytosine, uracil, adenine en guanine).

Dierlijke en plantaardige cellen, organellen

Eukaryotische cellen bevatten talrijke organellen.

Added to your cart.