Rivieren en landvormen

Rivieren en landvormen

Rivieren spelen een belangrijke rol bij het vormen van het aardoppervlak: ze veroorzaken erosie, en ze transporteren en zetten sediment af.

Aardrijkskunde

Trefwoorden

rivier, terrein vormgeven, Waterlopen, rivierbedding, riviermonding, bovendeel, middenweg, onderste gedeelte, delta, Riviermonding, erosie, puin, vergeten hoekje, Bocht, bar, eiland, vallei, topografie, water, hydrografie, Watercyclus, Natuurkunde, natuurwetenschap, natuurkundige aardrijkskunde, geomorfologie, Aardrijkskunde

Gerelateerde items

Scènes

Rivieren

Rivieren spelen een belangrijke rol bij het vormen van het aardoppervlak: ze veroorzaken erosie en ze vervoeren en zetten sediment af. De vier belangrijkste vormen van riviererosie zijn: hydraulische actie, slijtage, afschaving en oplossing. Deze kunnen in het stroomgebied van de rivier veranderen al naar gelang het bodemtype van het gebied waar de rivier doorheen stroomt.

Bovenloop

Stromende watermassa heeft een bepaalde hoeveelheid energie, waarvan een deel wordt gebruikt om sediment te vervoeren, terwijl de resterende energie wordt gebruikt om de rivierbedding te eroderen.

Rivieren met steile hellingen bevatten meer energie dan nodig is om het sediment te kunnen vervoeren. Snelstromende rivieren verdiepen hun bedding door de eroderende werking van het sediment dat ze vervoeren, wat na verloop van tijd een V-vormig dal vormt.

Definities:

Ravijn: een diepe, smalle kloof, meestal tussen de bergen, met steile, bijna verticale rotswanden, met een stroom aan de onderkant.

Kloof: Een zeer lange, diepe vallei met steile, rotsachtige kanten, uitgesneden door de rivier aan de onderkant.

Waterval: Een deel van een rivier of stroom waar het water over de rand van een verticale of steile klif stroomt. Het komt voor op plaatsen waar er harde rotsbanken in de rivierbedding zijn. De zachtere rotslagen die zich boven en onder de hardere rots bevinden eroderen sneller, waardoor er een soort trede wordt gevormd waar het water vanaf stort naar beneden.

Middenloop

De energie van rivieren met zachte hellingen is uitgebalanceerd, wat betekent dat ze zoveel sediment vervoeren als dat ze door erosie creëren. Als ze over een steeds minder steil wordende helling stromen, vormen ze de loop van het water.

Zandbanken (of langgerekte eilanden) worden geleidelijk gevormd in de buurt van een rivieroever, terwijl de tegenovergestelde oever wordt uitgehold, waardoor er een bocht wordt gecreëerd. De stroomsnelheid is hoger aan de buitenkant van de bocht, die erosie veroorzaakt en de kromming van de bocht vergroot, totdat de hals zo smal is dat deze verstopt raakt door sediment dat wordt afgezet door het water en langzamer stroomt aan de binnenkant. Dit proces creëert zogenaamde dode rivierarmen.

Definities:

Kanaallijn: Een denkbeeldige lijn die de snelst stromende punten van een rivier met elkaar verbindt. In bochten ligt deze langs de eroderende bank: in rechte gedeelten ligt deze in het midden van het kanaal.

Benedenloop

Rivieren met een gering verloop hebben een lage energie die onvoldoende is om sediment te vervoeren. Hierdoor domineert het proces van afzetting, hoewel er nog een beetje sediment wordt vervoerd. Het afgezette alluvium vormt repen (of eilanden) en het kanaal vertakt zich. De continu veranderende koers van de rivier en de afzetting van sediment leiden tot de vorming van alluviale vlakten en puinwaaiers.

Soorten riviermondingen

Delta
Het merendeel van de grote rivieren stroomt de zeeën in. Delta's worden gevormd bij de riviermonden waar sprake is van een overvloed aan sediment en een laag getijverschil. Rivieren zetten het resterende sediment af bij de mond, waardoor deze splitsen in meerdere rivierarmen, en eilanden tussen deze rivierarmen in zich uitbreiden ten koste van de zee.

Estuarium
Het estuarium is een waterlichaam dat slechts een kleine hoeveelheid sediment heeft of dat uitmondt in zee met een hoog getijverschil. De vloed maakt het voortdurend groter en dieper.

Rivierterrassen
Het verloop van een rivier verandert na verloop van tijd op een bepaalde plaats door tektonische en klimatologische invloeden. Deze verandering, die meerdere malen voorkomt in hetzelfde gebied, vormt rivierterrassen boven elkaar. Aangezien deze niet door de overstromingen worden bereikt, worden hier wegen en nederzettingen gebouwd.

Animatie

Gesproken tekst

Rivieren spelen een belangrijke rol bij het vormen van het aardoppervlak: ze veroorzaken erosie en ze vervoeren en zetten sediment af. De vier belangrijkste vormen van riviererosie zijn: hydraulische actie, slijtage, afschaving en oplossing. Deze kunnen in het stroomgebied van de rivier veranderen al naar gelang het bodemtype van het gebied waar de rivier doorheen stroomt.

Stromende watermassa heeft een bepaalde hoeveelheid energie, waarvan een deel wordt gebruikt om sediment te vervoeren, terwijl de resterende energie wordt gebruikt om de rivierbedding te eroderen.

Rivieren met steile hellingen bevatten meer energie dan nodig is om het sediment te kunnen vervoeren. Snelstromende rivieren verdiepen hun bedding door de eroderende werking van het sediment dat ze vervoeren, wat na verloop van tijd een V-vormig dal vormt.

De energie van rivieren met zachte hellingen is uitgebalanceerd, wat betekent dat ze zoveel sediment vervoeren als dat ze door erosie creëren. Als ze over een steeds minder steil wordende helling stromen, vormen ze de loop van het water.

Zandbanken (of langgerekte eilanden) worden geleidelijk gevormd in de buurt van een rivieroever, terwijl de tegenovergestelde oever wordt uitgehold, waardoor er een bocht wordt gecreëerd. De stroomsnelheid is hoger aan de buitenkant van de bocht, die erosie veroorzaakt en de kromming van de bocht vergroot, totdat de hals zo smal is dat deze verstopt raakt door sediment dat wordt afgezet door het water en langzamer stroomt aan de binnenkant. Dit proces creëert zogenaamde dode rivierarmen.

Rivieren met een gering verloop hebben een lage energie die onvoldoende is om sediment te vervoeren. Hierdoor domineert het proces van afzetting, hoewel er nog een beetje sediment wordt vervoerd. Het afgezette alluvium vormt repen (of eilanden) en het kanaal vertakt zich. De continu veranderende koers van de rivier en de afzetting van sediment leiden tot de vorming van alluviale vlakten en puinwaaiers.

Het merendeel van de grote rivieren stroomt de zeeën in. Delta's worden gevormd bij de riviermonden waar sprake is van een overvloed aan sediment en een laag getijverschil. Rivieren zetten het resterende sediment af bij de mond, waardoor deze splitsen in meerdere rivierarmen, en eilanden tussen deze rivierarmen in zich uitbreiden ten koste van de zee.

Het estuarium is een waterlichaam dat slechts een kleine hoeveelheid sediment heeft of dat uitmondt in zee met een hoog getijverschil. De vloed maakt het voortdurend groter en dieper.

Gerelateerde items

De watercyclus (basisniveau)

Water op aarde is in een voortdurende staat van verandering. De watercyclus omvat processen zoals verdamping, neerslag, smelten en bevriezen.

De watercyclus (gemiddeld niveau)

Water op aarde is in een voortdurende staat van verandering. De watercyclus omvat processen zoals verdamping, neerslag, smelten en bevriezen.

Grondbeginselen van de fysieke geografie

Deze animatie toont de belangrijkste oppervlaktevormen, oppervlaktewater en hun relevante symbolen.

Aardrijkskunde

De animatie toont de grootste bergen, vlakten, rivieren, meren en woestijnen van de wereld.

De Zuiderzeewerken en de Deltawerken

Bijzondere waterbouwkundige werken waarmee Nederland zijn eeuwenlange gevecht tegen de zee voortzet.

Emissies in water

De belangrijkste bronnen van waterverontreiniging zijn de industrie, de landbouw en de stedelijke gebieden.

Eolische processen aan zeekusten en in steppen

De wind speelt als externe kracht een belangrijke rol bij het vormen van kustgebieden en steppen.

Eolische processen in woestijnen

Wind speelt als exogene kracht een belangrijke rol bij woestijnvorming.

Gletsjer (middelbaar niveau)

Een gletsjer is een uit sneeuw gevormde ijsmassa die zich langzaam en doorlopend beweegt.

Het ontstaan van meren

Door endogene en exogene krachten of door menselijke activiteit kunnen er stilstaande watermassa's ontstaan op plaatsen waar het aardoppervlak verlaagd is.

Hoe vormen zeeën het aardoppervlak?

Zeewater, als exogene kracht, speelt een belangrijke rol bij de vorming van kustlijnen.

Waterkering

De beschermende dijk, of de zomerdijk in het geval van kleine overstromingen, zorgt voor de bescherming tegen schade door overstromingen.

Waterkrachtcentrale (Hoover Dam, VS)

Deze enorme dam werd vernoemd naar Herbert C. Hoover, de 31e president van de Verenigde Staten.

Watervallen

Als een rivier over een steile helling stroomt, ontstaat er een waterval.

Werking van een riviersluis

Riviersluizen maken rivieren met grote hoogteverschillen veilig en bevaarbaar.

Added to your cart.