IJsbergen

IJsbergen

Een ijsberg is een grote massa bevroren zoetwater die in de zee drijft.

Aardrijkskunde

Trefwoorden

ijsberg, ijskap, ijs, Reusachtig, zeestroming, watermolecuul, het smelten, gletsjer, ijskoud, afkalven, Antarctica, Poolcirkel, Broeikaseffect, klimaatverandering, Aardrijkskunde, Natuurkunde

Gerelateerde items

Scènes

Gletsjer

  • gletsjer - Een groot stuk ijs dat langzaam maar gestaag bergafwaarts beweegt.
  • afgebroken blokken ijs

Ijsbergen zijn blokken ijs die in de zee drijven. Het zijn stukken bevroren zoetwater van gletsjers of ijskappen die aan land zijn gevormd en in de loop van duizenden jaren langzaam de zee in bewegen. Gletsjers en ijskappen gaan bergafwaarts door de zwaartekracht. Terwijl ze bewegen, ontstaan er scheuren in. Wanneer ze de kust bereiken, stoppen ze niet maar schuiven in zee, waar ze een ijsplaat vormen.

Het oppervlak en de diepte van de ijsplaat kan sterk variëren. De grondlijn (de lijn waar de bodem van de ijskap het land raakt) is moeilijk nauwkeurig in kaart te brengen, omdat deze voornamelijk afhangt van de dikte van de ijslaag. De ijsplaat eindigt bij het ijsfront. Als gevolg van de getijdenwerking, de kracht van de golven en het zeewater dat onder het ijs stroomt, breken stukken ijs af op de plaatsen waar eerder scheuren waren ontstaan. Dit fenomeen wordt afkalven genoemd. Deze afgekalfde ijsblokken kunnen verder uiteenvallen tot een aantal kleinere ijsbergen met verschillende vormen en afmetingen.

Bodemdoorsnede

  • ijsbergen - Blokken bevroren zoetwater die in zee drijven.
  • gletsjer - Een groot stuk ijs dat langzaam maar gestaag bergafwaarts beweegt.
  • ijsplaat
  • ijsstroom - Het ijs beweegt bergafwaarts richting de zee.
  • zoetwaterstroom - Zeewater dat onder het ijs stroomt en het van onder doet smelten.
  • grondlijn
  • zeebodem

Types

  • vlakke ijsberg - Heeft een vlakke top en is vijf keer breder dan dat hij lang is.
  • wigvormige ijsberg - Een ijsberg met aan één kant een steile wand en een hellende uiteinde aan de andere kant.
  • u-vormige ijsberg (droogdok) - Een ijsberg met een u-vormige gleuf of kanaal in het midden. De onderkant van deze gleuf zit doorgaans onder water.
  • spitse ijsberg (pinakel) - Een ijsberg met een of meerdere pieken.
  • koepelvormige ijsberg - Een ijsberg met een ronde top.
  • blokvormige ijsberg - Een vlakke ijsberg met steile wanden.

IJsbergen hebben verschillende vormen. Er bestaan vlakke, koepelvormige, wigvormige en blokvormige ijsbergen. Verder komen er pinakels en droogdokken voor.

Een droogdok heeft een u-vormige gleuf of kanaal in het midden als gevolg van erosie. De bodem van deze gleuf bevindt zich meestal onder zeeniveau, waardoor het net lijkt of het twee afzonderlijke ijsbergen zijn. Dat maakt dit type ijsberg verraderlijk.

Fysica

  • 1/10 - De ijsberg drijft in zee omdat de dichtheid van bevroren zoetwater lager is dan die van zeewater. Ongeveer 10 procent van het de ijsberg steekt uit boven water.
  • 9/10 - Ongeveer 90 procent van de ijsberg zit onder water.
  • IJsstructuur

IJsbergen variëren niet alleen in vorm maar ook in grootte. De kleinste, ook wel 'growlers' en 'bergy bits' genoemd, hebben een lengte en hoogte van enkele meters. Er zijn echter ook gigantische ijsbergen van honderden meters breed en lang. Met een doorsnede van ongeveer 300-500 meter zijn de ijsbergen rond Antarctica groter, dan hun tegenhangers op het noordelijk halfrond, die een doorsnede van ongeveer 100-300 m hebben.

IJsbergen drijven in de zee. Slechts ongeveer een tiende van een ijsberg bevindt zich boven het oppervlak, en 90 procent bevindt zich onder water.

Watermoleculen zijn met elkaar verbonden door waterstofbruggen. Deze bindingen ontstaan tussen het waterstofatoom van een molecuul en een niet-bindend paar elektronen van een zuurstofatoom van het aangrenzende watermolecuul.
In ijs, een kristallijne vorm van water, nemen alle watermoleculen deel aan de vorming van waterstofbruggen, wat leidt tot een geordende structuur waarin de watermoleculen zich relatief ver van elkaar bevinden. In vloeibaar water vormen niet alle watermoleculen waterstofbruggen en omdat de structuur minder geordend is, liggen de watermoleculen dichter bij elkaar. Daarom heeft ijs een relatief lage dichtheid, lager dan vloeibaar water. Dit verklaart waarom ijs op het water drijft.

Voorkomen

  • Canarische stroom
  • Guyanastroom
  • Labradorstroom
  • Golf (Noord-Atlantische) stroom
  • Oost-Groenlandstroom
  • Noordequatoriale stroom
  • Zuidequatoriale stroom
  • Braziliëstroom
  • Benguelastroom
  • Californische stroom
  • Oyashio
  • Koero Shio
  • Koerilenstroom
  • Equatoriale tegenstroom
  • Humboldt (Peru) stroom
  • Somalistroom
  • Agulhasstroom
  • Westenwinddrift
  • Westaustralische stroom
  • Oostaustralische stroom
  • Caribische stroom
  • Chinese stroom
  • Noorse stroom
  • Antarctische Circumpolaire Stroom
  • Atlantische Oceaan
  • Stille Oceaan
  • Indische Oceaan
  • Noordelijke IJszee

De meeste ijsbergen zijn te vinden in de wateren rond Antarctica. De Antarctische circumpolaire stroom, ook wel westenwinddrift genoemd, voert ijsbergen van west naar oost. Er komen echter ook ijsbergen voor op het noordelijk halfrond. Deze zijn afkomstig van eilanden binnen de poolcirkel en trekken met de Oost-Groenlandstroom of de Labradorstroom naar het zuiden tot ze in de warmere wateren smelten. De gemiddelde levensduur van de ijsbergen is ongeveer twee tot drie jaar.

Gevolgen van opwarming van de aarde

  • door de zee overstroomde gebieden

Gletsjers en ijskappen smelten de laatste tijd sneller. Dit wordt veroorzaakt door de opwarming van de aarde, die het gevolg is van de toenemende hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer. De opwarming van de aarde heeft een negatieve invloed op de levensomstandigheden van de mensen en op het wereldwijde milieuevenwicht. In de 21e eeuw wordt een stijging van 10 cm van het niveau van de wereldzeeën verwacht, wat op de langere termijn een bedreiging zou vormen voor de kuststeden.

Titanic

Animatie

  • gletsjer - Een groot stuk ijs dat langzaam maar gestaag bergafwaarts beweegt.
  • afgebroken blokken ijs
  • ijsbergen - Blokken bevroren zoetwater die in zee drijven.
  • gletsjer - Een groot stuk ijs dat langzaam maar gestaag bergafwaarts beweegt.
  • ijsplaat
  • ijsstroom - Het ijs beweegt bergafwaarts richting de zee.
  • zoetwaterstroom - Zeewater dat onder het ijs stroomt en het van onder doet smelten.
  • grondlijn
  • zeebodem
  • vlakke ijsberg - Heeft een vlakke top en is vijf keer breder dan dat hij lang is.
  • wigvormige ijsberg - Een ijsberg met aan één kant een steile wand en een hellende uiteinde aan de andere kant.
  • u-vormige ijsberg (droogdok) - Een ijsberg met een u-vormige gleuf of kanaal in het midden. De onderkant van deze gleuf zit doorgaans onder water.
  • spitse ijsberg (pinakel) - Een ijsberg met een of meerdere pieken.
  • koepelvormige ijsberg - Een ijsberg met een ronde top.
  • blokvormige ijsberg - Een vlakke ijsberg met steile wanden.
  • 1/10 - De ijsberg drijft in zee omdat de dichtheid van bevroren zoetwater lager is dan die van zeewater. Ongeveer 10 procent van het de ijsberg steekt uit boven water.
  • 9/10 - Ongeveer 90 procent van de ijsberg zit onder water.
  • IJsstructuur
  • ijs
  • water
  • ijs/water
  • warmteoverdracht
  • warmteonttrekking
  • smelten
  • bevriezen
  • Canarische stroom
  • Guyanastroom
  • Labradorstroom
  • Golf (Noord-Atlantische) stroom
  • Oost-Groenlandstroom
  • Noordequatoriale stroom
  • Zuidequatoriale stroom
  • Braziliëstroom
  • Benguelastroom
  • Californische stroom
  • Oyashio
  • Koero Shio
  • Koerilenstroom
  • Equatoriale tegenstroom
  • Humboldt (Peru) stroom
  • Somalistroom
  • Agulhasstroom
  • Westenwinddrift
  • Westaustralische stroom
  • Oostaustralische stroom
  • Caribische stroom
  • Chinese stroom
  • Noorse stroom
  • Antarctische Circumpolaire Stroom
  • Atlantische Oceaan
  • Stille Oceaan
  • Indische Oceaan
  • Noordelijke IJszee
  • door de zee overstroomde gebieden

Gesproken tekst

Ijsbergen zijn blokken ijs die in de zee drijven. Het zijn stukken bevroren zoetwater van gletsjers of ijskappen die aan land zijn gevormd en in de loop van duizenden jaren langzaam de zee in bewegen. Gletsjers en ijskappen gaan bergafwaarts door de zwaartekracht. Terwijl ze bewegen, ontstaan er scheuren in. Wanneer ze de kust bereiken, stoppen ze niet maar schuiven in zee, waar ze een ijsplaat vormen.

Het oppervlak en de diepte van de ijsplaat kan sterk variëren. De grondlijn (de lijn waar de bodem van de ijskap het land raakt) is moeilijk nauwkeurig in kaart te brengen, omdat deze voornamelijk afhangt van de dikte van de ijslaag. De ijsplaat eindigt bij het ijsfront. Als gevolg van de getijdenwerking, de kracht van de golven en het zeewater dat onder het ijs stroomt, breken stukken ijs af op de plaatsen waar eerder scheuren waren ontstaan. Dit fenomeen wordt afkalven genoemd. Deze afgekalfde ijsblokken kunnen verder uiteenvallen tot een aantal kleinere ijsbergen met verschillende vormen en afmetingen.

IJsbergen hebben verschillende vormen. Er bestaan vlakke, koepelvormige, wigvormige en blokvormige ijsbergen. Verder komen er pinakels en droogdokken voor.

Een droogdok heeft een u-vormige gleuf of kanaal in het midden als gevolg van erosie. De bodem van deze gleuf bevindt zich meestal onder zeeniveau, waardoor het net lijkt of het twee afzonderlijke ijsbergen zijn. Dat maakt dit type ijsberg verraderlijk.

IJsbergen variëren niet alleen in vorm maar ook in grootte. De kleinste, ook wel 'growlers' en 'bergy bits' genoemd, hebben een lengte en hoogte van enkele meters. Er zijn echter ook gigantische ijsbergen van honderden meters breed en lang. Met een doorsnede van ongeveer 300-500 meter zijn de ijsbergen rond Antarctica groter, dan hun tegenhangers op het noordelijk halfrond, die een doorsnede van ongeveer 100-300 m hebben.

IJsbergen drijven in de zee. Slechts ongeveer een tiende van een ijsberg bevindt zich boven het oppervlak, en 90 procent bevindt zich onder water.

Watermoleculen zijn met elkaar verbonden door waterstofbruggen. Deze bindingen ontstaan tussen het waterstofatoom van een molecuul en een niet-bindend paar elektronen van een zuurstofatoom van het aangrenzende watermolecuul.
In ijs, een kristallijne vorm van water, nemen alle watermoleculen deel aan de vorming van waterstofbruggen, wat leidt tot een geordende structuur waarin de watermoleculen zich relatief ver van elkaar bevinden. In vloeibaar water vormen niet alle watermoleculen waterstofbruggen en omdat de structuur minder geordend is, liggen de watermoleculen dichter bij elkaar. Daarom heeft ijs een relatief lage dichtheid, lager dan vloeibaar water. Dit verklaart waarom ijs op het water drijft.

De meeste ijsbergen zijn te vinden in de wateren rond Antarctica. De Antarctische circumpolaire stroom, ook wel westenwinddrift genoemd, voert ijsbergen van west naar oost. Er komen echter ook ijsbergen voor op het noordelijk halfrond. Deze zijn afkomstig van eilanden binnen de poolcirkel en trekken met de Oost-Groenlandstroom of de Labradorstroom naar het zuiden tot ze in de warmere wateren smelten. De gemiddelde levensduur van de ijsbergen is ongeveer twee tot drie jaar.

Gletsjers en ijskappen smelten de laatste tijd sneller. Dit wordt veroorzaakt door de opwarming van de aarde, die het gevolg is van de toenemende hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer. De opwarming van de aarde heeft een negatieve invloed op de levensomstandigheden van de mensen en op het wereldwijde milieuevenwicht. In de 21e eeuw wordt een stijging van 10 cm van het niveau van de wereldzeeën verwacht, wat op de langere termijn een bedreiging zou vormen voor de kuststeden.

Gerelateerde items

Gletsjer (middelbaar niveau)

Een gletsjer is een uit sneeuw gevormde ijsmassa die zich langzaam en doorlopend beweegt.

Smelten en bevriezen

Water bevriest door vorming van het maximaal aantal waterstofbruggen gevormd tussen de watermoleculen, waardoor een kristalstructuur ontstaat.

De Titanic (1912)

De RMS Titanic was 's werelds grootste passagiersschip aan het begin van de 20e eeuw.

Het broeikaseffect

Het broeikaseffect wordt versterkt door menselijke activiteit en leidt tot opwarming van de aarde.

Zeestromingen

De thermohaliene circulatie is het wereldwijde systeem van zeestromingen, dat een grote invloed heeft op het klimaat op aarde.

De watercyclus (gemiddeld niveau)

Water op aarde is in een voortdurende staat van verandering. De watercyclus omvat processen zoals verdamping, neerslag, smelten en bevriezen.

Fjord

Een fjord is een lange, smalle inham met steile wanden, gecreëerd in een vallei die door gletsjerwerking is uitgesleten.

Glaciatie

De laatste Ijstijd eindigde ongeveer 13,000 jaar geleden.

Ötzi de ijsman

De mummie van de ijsman die waarschijnlijk in de kopersteentijd leefde, werd in een gletsjer in de Alpen gevonden.

Added to your cart.