Hoe werkt een digitale camera?

Hoe werkt een digitale camera?

De animatie laat de opbouw en de werking van digitale camera's zien.

Technologie

Trefwoorden

camera, digitaal, afbeelding, foto, doelstelling, flash, geheugenkaart, tonen, LCD, Resolutie, pixel, focusseerlens, diaphgram, lichtgevoelig oppervlak, elektrische sensor, kleurfilter, licht, foto-elektrisch effect, technologie, informatie Technologie

Gerelateerde items

Scènes

Digitale camera

  • objectief
  • accu
  • instellingsknoppen
  • flitsschoen - De plaats waar een externe flitser kan worden bevestigd.
  • modusknop
  • geheugenkaart
  • zoeker
  • lcd-scherm
  • aan-uitknop
  • body
  • ontspanner

De opbouw van digitale camera's lijkt erg veel op die van traditionele camera's. De belangrijkste onderdelen zijn de body, het objectief, het diafragma, de sluiter en een lichtgevoelig oppervlak (beeldsensor). In tegenstelling tot traditionele, analoge camera's zetten digitale camera's het beeld om in elektrische signalen en slaan ze deze ook op in dit formaat. Bij traditionele camera's zorgt licht voor een chemische verandering in de lichtgevoelige filmrol.
Er bestaan verschillende soorten digitale camera's. De bekendste zijn de digitale spiegelreflexcamera's (digital single-lens reflex camera, DSLR) met verwisselbare lenzen. Spiegelloze camera's met verwisselbare lenzen (mirrorless interchangeable-lens camera, MILC) worden ook steeds populairder.
Compactcamera's hebben geen verwisselbare lenzen. Bridgecamera's vallen ook onder deze categorie en hebben een groot zoombereik. Deze toestellen overbruggen het gat tussen de eenvoudigste spiegelreflexcamera's en die van hogere kwaliteit. De meeste digitale camera's kunnen ook filmen.

Lichtweg

  • objectief - Een set lenzen die lichtstralen bundelt. Spiegelreflexcamera‘s hebben verwisselbare lenzen.
  • sluiter - Als er op de sluiterknop wordt gedrukt, gaat de sluiter open, waardoor het licht de camera binnenvalt. De helderheid van de foto kan gewijzigd worden door de sluitertijd aan te passen.
  • pentaprisma - Een vijfzijdig glazen prisma dat het beeld rechttrekt, zodat het niet ondersteboven op de zoeker verschijnt.
  • spiegel - Deze halfdoorlatende spiegel, die het beeld reflecteert naar de zoeker, klapt omhoog zodra de sluiterknop is ingedrukt.
  • focusscherm - Dit scherm bundelt het licht voor de sensoren van de autofocus.
  • zoeker - De fotograaf ziet het beeld dat de lens produceert door de zoeker.
  • secundaire spiegel - Deze spiegel weerkaatst het licht naar het autofocussysteem.
  • lichtgevoelig oppervlak - Dit materiaal bevat miljoenen lichtgevoelige deeltjes en zet licht om in elektrische signalen.
  • diafragma - Een cameraonderdeel dat open en dicht kan. Het regelt de hoeveelheid licht die binnenkomt.
  • inkomend licht
  • apertuur

Als je een foto maakt, bundelt het objectief de lichtstralen. Dit bestaat uit meerdere lenzen, die afzonderlijk afgesteld kunnen worden. Op deze manier kun je de vergroting aanpassen, oftewel inzoomen op het onderwerp. De brandpuntsafstand, het punt waar de lichtstralen samenkomen, kan ook aangepast worden. Hiermee kun je het onderwerp scherpstellen. Het objectief bestaat uit meerdere lenzen om de beeld- en lensfouten te corrigeren.

Het licht valt dan door de opening van het diafragma (de apertuur) die de hoeveelheid licht regelt die de lens binnenvalt. Bij te veel licht wordt de opening kleiner en bij te weinig licht wordt de opening groter. De scherptediepte kan ook aangepast worden met de apertuur. Een kleinere apertuur leidt tot meer scherptediepte. Zowel het onderwerp als de achtergrond zijn dan scherp afgebeeld. Een grotere apertuur leidt tot minder scherptediepte. In dat geval is alleen het onderwerp scherp afgebeeld.

Bij spiegelreflexcamera's valt het licht, nadat het door het diafragma is gegaan, op een gekantelde spiegel die het licht door een pentaprisma naar de zoeker stuurt. Dit zorgt ervoor dat het beeld in de zoeker niet ondersteboven staat.
Sommige camera's hebben een semitransparante spiegel met daarachter een secundaire spiegel loodrecht daarop. Deze tweede spiegel stuurt een deel van het licht naar het matglas en vervolgens naar een reeks sensoren om autofocus te activeren.

Als je een foto maakt, klapt de spiegel omhoog en valt het licht door de sluiter die tegelijkertijd opengaat, waardoor het licht op een lichtgevoelig oppervlak (de beeldsensor) valt. De sluiter blijft kort open bij veel licht en lang bij weinig licht. Een korte sluitertijd en een grote apertuur zijn ideaal om bewegende beelden scherp vast te leggen. Een lange sluitertijd is nodig om ‘s nachts foto's te maken van de sterren. De camera moet dan op een statief geplaatst worden.

Nadat het licht door de sluiter valt, bereikt dit de beeldsensor, die bestaat uit miljoenen lichtgevoelige deeltjes of pixels. Dan wordt het licht omgezet in elektrische signalen die worden verwerkt door de cameraprocessor. Deze signalen worden opgeslagen op de geheugenkaart. Dit gebeurt voor iedere pixel op dezelfde manier.

De ISO-gevoeligheid, de lichtgevoeligheid van de beeldsensor, heeft een zeer groot bereik. Maar als je de ISO-gevoeligheid vergroot, wordt de hoeveelheid ruis in het beeld ook groter. In moderne camera's worden de focus, de apertuur, de sluitertijd en de ISO-instellingen automatisch aangepast, maar er zijn ook andere automatische, halfautomatische en handmatige modi.

Camera's kunnen kleurenfoto's maken dankzij kleine rode, groene of blauwe kleurenfiltertjes die over iedere pixelsensor zitten. Op deze manier ‘weet’ de camera welke kleur licht iedere pixel heeft vastgelegd.

In camera's die geen spiegelreflex hebben, valt het licht voortdurend op de beeldsensor, zodat het beeld altijd zichtbaar is op het lcd-scherm achter op de camera, dat tegelijkertijd ook als zoeker dient.

Een foto maken

  • apertuur
  • inkomend licht
  • objectief
  • diafragma
  • lenzen
  • spiegel
  • pentaprisma
  • zoeker
  • sluiter
  • lichtgevoelig oppervlak (CCD- of CMOS-sensor)
  • kleurfilter
  • pixel
  • fotodiode
  • foto-elektrisch effect
  • geladen elektron

Accessoires

  • camera
  • flits
  • statief

Om uitstekende foto's te kunnen maken, heb je vaak extra accessoires nodig, denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin je over weinig licht beschikt.
Als er niet genoeg licht is, moet de sluiter langer openstaan. Hierdoor kan er cameratrilling ontstaan of kan het onderwerp bewegen, met een wazige foto als resultaat. De flits dient als een kunstmatige lichtbron en het statief voorkomt cameratrilling tijdens het fotograferen of filmen.

Animatie

  • objectief
  • accu
  • instellingsknoppen
  • flitsschoen - De plaats waar een externe flitser kan worden bevestigd.
  • modusknop
  • geheugenkaart
  • zoeker
  • lcd-scherm
  • aan-uitknop
  • body
  • ontspanner
  • camera
  • flits
  • statief
  • apertuur
  • inkomend licht
  • objectief
  • diafragma
  • lenzen
  • spiegel
  • pentaprisma
  • zoeker
  • sluiter
  • lichtgevoelig oppervlak (CCD- of CMOS-sensor)
  • kleurfilter
  • pixel
  • fotodiode
  • foto-elektrisch effect
  • geladen elektron

Gesproken tekst

De opbouw van digitale camera's lijkt erg veel op die van traditionele camera's. De belangrijkste onderdelen zijn de body, het objectief, het diafragma, de sluiter en een lichtgevoelig oppervlak (beeldsensor). In tegenstelling tot traditionele, analoge camera's zetten digitale camera's het beeld om in elektrische signalen en slaan ze deze ook op in dit formaat. Bij traditionele camera's zorgt licht voor een chemische verandering in de lichtgevoelige filmrol.

Om uitstekende foto's te kunnen maken, heb je vaak extra accessoires nodig, denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin je over weinig licht beschikt. Als er niet genoeg licht is, moet de sluiter langer openstaan. Hierdoor kan er cameratrilling ontstaan of kan het onderwerp bewegen, met een wazige foto als resultaat. De flits dient als een kunstmatige lichtbron en het statief voorkomt cameratrilling tijdens het fotograferen of filmen.

Als je een foto maakt, bundelt het objectief de lichtstralen. Dit bestaat uit meerdere lenzen, die afzonderlijk afgesteld kunnen worden. Op deze manier kun je de vergroting aanpassen, oftewel inzoomen op het onderwerp. De brandpuntsafstand, het punt waar de lichtstralen samenkomen, kan ook aangepast worden. Hiermee kun je het onderwerp scherpstellen. Het objectief bestaat uit meerdere lenzen om de beeld- en lensfouten te corrigeren.

Het licht valt dan door de opening van het diafragma (de apertuur) die de hoeveelheid licht regelt die de lens binnenvalt. Bij te veel licht wordt de opening kleiner en bij te weinig licht wordt de opening groter. De scherptediepte kan ook aangepast worden met de apertuur. Een kleinere apertuur leidt tot meer scherptediepte. Zowel het onderwerp als de achtergrond zijn dan scherp afgebeeld. Een grotere apertuur leidt tot minder scherptediepte. In dat geval is alleen het onderwerp scherp afgebeeld.

Bij spiegelreflexcamera's valt het licht, nadat het door het diafragma is gegaan, op een gekantelde spiegel die het licht door een pentaprisma naar de zoeker stuurt. Dit zorgt ervoor dat het beeld in de zoeker niet ondersteboven staat.
Sommige camera's hebben een semitransparante spiegel met daarachter een secundaire spiegel loodrecht daarop. Deze tweede spiegel stuurt een deel van het licht naar het matglas en vervolgens naar een reeks sensoren om autofocus te activeren.

Als je een foto maakt, klapt de spiegel omhoog en valt het licht door de sluiter die tegelijkertijd opengaat, waardoor het licht op een lichtgevoelig oppervlak (de beeldsensor) valt. De sluiter blijft kort open bij veel licht en lang bij weinig licht. Een korte sluitertijd en een grote apertuur zijn ideaal om bewegende beelden scherp vast te leggen. Een lange sluitertijd is nodig om ‘s nachts foto's te maken van de sterren. De camera moet dan op een statief geplaatst worden.

Nadat het licht door de sluiter valt, bereikt dit de beeldsensor, die bestaat uit miljoenen lichtgevoelige deeltjes of pixels. Dan wordt het licht omgezet in elektrische signalen die worden verwerkt door de cameraprocessor. Deze signalen worden opgeslagen op de geheugenkaart. Dit gebeurt voor iedere pixel op dezelfde manier.

De ISO-gevoeligheid, de lichtgevoeligheid van de beeldsensor, heeft een zeer groot bereik. Maar als je de ISO-gevoeligheid vergroot, wordt de hoeveelheid ruis in het beeld ook groter. In moderne camera's worden de focus, de apertuur, de sluitertijd en de ISO-instellingen automatisch aangepast, maar er zijn ook andere automatische, halfautomatische en handmatige modi.

Camera's kunnen kleurenfoto's maken dankzij kleine rode, groene of blauwe kleurenfiltertjes die over iedere pixelsensor zitten. Op deze manier ‘weet’ de camera welke kleur licht iedere pixel heeft vastgelegd.

In camera's die geen spiegelreflex hebben, valt het licht voortdurend op de beeldsensor, zodat het beeld altijd zichtbaar is op het lcd-scherm achter op de camera, dat tegelijkertijd ook als zoeker dient.

Gerelateerde items

De eerste camera’s (daguerreotype)

De eerste commercieel succesvolle techniek van de fotografie werd uitgevonden door de Franse Louis Daguerre.

Optische apparaten

Van microscopen tot telescopen, er worden tegenwoordig allerlei optische apparaten gebruikt.

Correctie van het gezichtsvermogen

Bijziendheid en verziendheid kunnen worden gecorrigeerd door respectievelijk concave en convexe lenzen.

De beeldvorming van de ogen

De kromming van de lens van het oog verandert als we van veraf of van dichtbij naar een voorwerp kijken, om in beide gevallen te zorgen voor een scherp beeld.

Het menselijk oog

Een van de belangrijkste zintuigen. Wanneer de receptoren gestimuleerd worden door licht genereren ze elektrische impulsen.

Hoe werkt de CRT televisie?

Deze animatie laat zien hoe een CRT televisie werkt.

Hoe werkt de plasmatelevisie?

Deze animatie laat zien hoe een plasmatelevisie werkt.

Hoe werkt de projector?

De animatie laat de structuur en het werkingsprincipe van een traditioneel projectietoestel met filmrol zien.

Hoe werkt een LCD-scherm?

Een vloeibaarkristalscherm gebruikt de optische activiteit van vloeibare kristallen voor beeldvorming.

Hoe werkt het? - Computertomografie scanner

Deze animatie toont de structuur en werking van CT-scanners.

Hoe werkt het? - Laserprinter

De animatie laat zien hoe laserprinters werken.

Hoe werkt het de elektronenmicroscoop?

De animatie laat de bouw en werking van de elektronenmicroscoop zien.

Optische telescopen

De animatie toont de belangrijkste telescopen met lens of spiegel aan die in de astronomie worden gebruikt.

Bioscoop (VS, jaren 1930)

Bioscopen werden in grote aantallen gebouwd in de grote steden van de VS in de jaren 1910.

Added to your cart.