De functie van enzymen

De functie van enzymen

Enzymen zijn eiwitmoleculen die biochemische reacties katalyseren. De functie van deze enzymen kan gereguleerd worden.

Biologie

Trefwoorden

enzym, enzymeiwit, actieve site, substraat, product, remming, activering, allosterische remming plaats, allosterische activeringsplaats, co-enzym, NADH, NADPH, FADH₂, Acetyl coenzym A, ATP, katalysator, biochemie, Biologie

Gerelateerde items

Scènes

Reactie

  • enzymeiwit - Enzymen zijn katalysatoren: ze katalyseren biochemische reacties door ze miljoenen keren te versnellen door middel van het verlagen van hun activeringsenergie. Ze functioneren door substraten bij elkaar te brengen of door hun ruimtelijke structuur te veranderen. Katalysatoren worden door deze biochemische reactie niet verbruikt.
  • actieve centrum - Het deel van het enzym dat de reactie katalyseert.
  • substraat
  • product

Inhibitie

  • inhibitor - Het kan zich aan het actieve centrum binden en daardoor verhinderen dat het substraat zich kan binden.

Activatie

  • allosterische activatieplek - Wanneer een inhibitor zich hier bindt, verandert de ruimtelijke structuur van het actieve centrum.
  • activator

Enzymen

  • enzymeiwit - Enzymen zijn katalysatoren: ze katalyseren biochemische reacties door ze miljoenen keren te versnellen door middel van het verlagen van hun activeringsenergie. Ze functioneren door substraten bij elkaar te brengen of door hun ruimtelijke structuur te veranderen. Katalysatoren worden door deze biochemische reactie niet verbruikt.
  • actieve centrum - Het deel van het enzym dat de reactie katalyseert.
  • substraat - Tijdens de enzymreactie ontstaan uit één of meerdere van deze substraten, één of meerdere producten.

Animatie

Gesproken tekst

Enzymen zijn katalysatoren: door het verlagen van hun activeringsenergie katalyseren ze biochemische reacties door deze miljoenen keren te versnellen. De enzymen worden tijdens de reactie niet opgebruikt.

Wanneer twee substraten samengaan binden substraatmoleculen zich aan het actieve centrum van het enzym en katalyseren daarmee de reactie. Het enzym helpt bij de vorming van een binding tussen de twee. Zonder een enzym vindt deze reactie zelden plaats, omdat substraten moeten botsen met een bepaalde ruimtelijke vorm en een hoge hoeveelheid energie.

Wanneer een substraatmolecuul afgebroken wordt bindt het aan het actieve centrum van het enzym-eiwit. Het enzym breekt het substraat af. De sterke covalente binding wordt zelden spontaan afgebroken: enzymen zijn benodigd om de reactie te versnellen.

De sleutel tot de regulering van het enzymmechanisme is de remming van de enzymen.

Eén type remming omvat een inhibitor die aan het actieve centrum bindt, oftewel, deze concurreert met het substraat. Dit wordt competitieve inhibitie genoemd.

Een ander type inhibitie is allosterische inhibitie. De inhibitor bindt aan de allosterische inhibitieplek wat voor een conformatieverandering zorgt in het actieve centrum, dat daardoor niet meer aan het substraat kan binden.

Allosterische activatie is het tegenovergesteldie van allosterische inhibitie. In de gewone staat, zonder activator, is het enzym inactief. Wanneer een activator zich bindt aan de allosterische activatieplek verandert de ruimtelijke vorm van het actieve centrum. Dit maakt binding aan het substraat en daarmee katalyse van de reactie mogelijk.

Co-enzymen zijn moleculen die van vorm veranderen tijdens de enzymreactie: ze binden bepaalde substraten of laten ze los. Wanneer de reactie voltooid is laten de co-enzymen los. Belangrijke co-enzymen zijn NADH, NADPH, acetyl-CoA, FADH2, ATP en vitaminen.

Gerelateerde items

De structuur van eiwitten

De structuur en samenstelling van polypeptideketens beïnvloedt de ruimtelijke structuur van eiwitten.

Anatomie van de dunne darm

Het langste deel van het spijsverteringsstelsel, waar het merendeel van de spijsvertering en de opname van voedingsstoffen plaatsvindt.

De secundaire structuur van eiwitten

Polypeptideketens bestaan ​​uit aminozuren en kunnen voorkomen in alfa-helix of beta-sheet vorm.

ADP, ATP

ATP is de belangrijkste bron van energie voor cellen.

Co-enzym-A

Een acyl-carrier co-enzym neemt deel aan zowel de anabole en katabole processen.

Fotosynthese

Planten zijn in staat om organische suiker van anorganisch materiaal (kooldioxide en water) te maken.

Hemoglobine

Zuurstofdragend eiwit in onze rode bloedcellen.

Klieren die verbonden zijn met de twaalfvingerige darm

De alvleesklier en de lever legen spijsverteringssappen in de twaalfvingerige darm.

NAD⁺, NADP⁺, NADPH

NAD⁺ is een co-enzym dat een belangrijke rol speelt voornamelijk katabole processen, terwijl NADP belangrijk is bij anabole processen als waterstofdragers.

Types transport

Deze animatie toont de actieve en passieve transportprocessen tussen celmembranen.

Added to your cart.