Cellulose (C₆H₁₀O₅) n

Cellulose (C₆H₁₀O₅) n

Een bestanddeel van de celwanden en vezels van planten.

Chemie

Trefwoorden

cellulose, cellulosemolecuul, fiber, koolhydraat, polysaccharide, cellobiose, plantencelwand, waterstofbinding, Organische chemie, Chemie

Gerelateerde items

Scènes

Bal-en-stok

Cellulose (C₆H₁₀O₅)n

Eigenschappen

Cellulose is een polysaccharide. Het is niet oplosbaar in water en andere oplosmiddelen. Het is niet-reducerend. Het kan worden opgesplitst in glucose-eenheden waaruit het bestaat als het behandeld wordt met geconcentreerde zuren bij een hoge temperatuur of in een cellobiose eenheid door hydrolyse met zwakke zuren. Enkele duizenden beta-D-glucose componenten worden in het cellulosemolecuul door 1,4-bindingen met elkaar verbonden. Moleculen in deze keten liggen in een hoek van 180° ten opzichte van elkaar. Als gevolg daarvan vormen zich lange filamenten of strengen.

De structuur wordt gestabiliseerd door waterstofbindingen in de keten. Waterstofbindingen vormen zich ook tussen de moleculen, die de parallelle structuur van de ketens stabiliseren. Bundels parallelle celluloseketens worden cellulosevezels genoemd.

Voorkomen en productie

Cellulose komt voor in de vezels en celwanden van planten. De zuiverste vorm ervan vindt men in katoendraden. Een boom bevat ongeveer 50% cellulose.

Mensen zijn niet in staat om cellulose te verteren, maar vezels zijn belangrijk voor de goede werking van het maagdarmkanaal. Herkauwers, zoals koeien, kunnen wel cellulose verteren. Cellulose wordt geproduceerd uit hout, riet, stro, maïs of zonnebloemstengels door middel van een speciaal proces.

Gebruik

Cellulose wordt gebruikt bij de productie van papier, textiel, kunststof en explosieven.

Ruimtevullend

Gesproken tekst

Gerelateerde items

Bèta-D-glucose (C₆H₁₂O₆)

Een van de stereo-isomeren van D-glucose

Cellobiose (C₁₂H₂₂O₁₁)

Cellobiose is de structurele basiseenheid van cellulose.

Alfa-D-glucose (C₆H₁₂O₆)

Alfa-D-glucose is een van de stereo-isomeren van glucose, van D-glucose om precies te zijn.

Bèta-D-fructose (vruchtensuiker) (C₆H₁₂O₆)

Fructose, ook wel vruchtensuiker genoemd, is de zoetste koolhydraat.

Bloem

De animatie laat de opbouw van een typische bloem zien.

D-glucose (dextrose) (C₆H₁₂O₆)

De primaire energiebron voor levende cellen.

De ringsluiting van glucose

Witte, vettige, vaste stof, een onderdeel van plantaardige oliën en dierlijke vetten.

Hoe werkt het? - Elektrisch stoomstrijkijzer

Deze animatie laat zien hoe elektrische stoomstrijkijzers werken.

Lactose (C₁₂H₂₂O₁₁)

Een type suiker dat voorkomt in de melk van zoogdieren.

Papierproductie

Papier werd al meer dan 2000 jaar geleden uitgevonden.

Sucrose (bietsuiker) (C₁₂H₂₂O₁₁)

Een witte, in water oplosbare zoete verbinding die bekendstaat als suiker.

De polymerisatie van etheen

Gepolymeriseerd ethyleen staat bekend als polyethyleen, een soort plastic.

Dierlijke en plantaardige cellen, organellen

Eukaryotische cellen bevatten talrijke organellen.

Maltose (moutsuiker) (C₁₂H₂₂O₁₁)

Een disaccharide die wordt gevormd door het samenvoegen van twee alfa-D-glucosemoleculen.

Opdrachten over moleculen VI (koolhydraten)

Om te oefenen met de groepen en de structuren van mono-, di- en polysachariden

Added to your cart.