Boslagen

Boslagen

De opbouw van bossen in verschillende boslagen hangt van het type bos af.

Biologie

Trefwoorden

gelaagdheid, regenwoud, moessonwoud, eikenbos, beukenbos, dennenbos, bos, Oerwoud, luifel laag, struiklaag, kruidachtige laag, boom, eeuwigdurend, logging, flora, ecosysteem, houtachtig, biomen, schaduwplanten, concurrentie, kruipers, orchidee, epifyt, evergreen, loof, neerslag, plant, Biologie

Gerelateerde items

Scènes

Regenwoud

  • bovenste laag - Bestaat uit 50-60 m hoge, gigantische bomen, die geen ondoordringbare begroeiing vormen. Door de ondiepe wortels, vanwege de dunne bodem, kunnen zich er geen grote bomen wortelen, daarom hebben vele soorten tropische bomen enorme stammen ontwikkeld, die als steunwortels dienen.
  • kroonlaag - Het is een bijna ondoordringbare begroeiing van 20-30 m hoge bomen.
  • tussenlaag - Het is een bijna ondoordringbare begroeiing van 10-15 m hoge bomen.
  • struiklaag - Ontvangt weinig licht door de drie overkappingslagen. Daarom leven er halfschaduwplanten.
  • kruidlaag - Ontvangt weinig licht door de drie overkappingslagen. Daarom bestaat het uit halfschaduwplanten, bijv. varens.
  • 10 m
  • Tropisch regenwoud

Loofbos (moessonbos)

  • bovenste laag - Bestaat uit loofbomen met een maximale hoogte van 40 m.
  • tussenlaag - Bestaat uit loofbomen.
  • struiklaag - Deze is groen en divers, vanwege de relatief grote hoeveelheid licht die door de overkappingslagen schijnt.
  • kruidlaag - Deze is groen, vanwege de relatief grote hoeveelheid licht die door de overkappingslagen schijnt.
  • 10 m
  • Tropisch loofbos (moessonwoud)

Eikenbos

  • Eikenbos in een gematigd klimaat
  • kroonlaag - De Turkse eikenbossen hebben er één, terwijl de haagbeuk-eikenbossen er twee hebben. Ze zijn is minder dichtbegroeid dan die van de beukenbossen.
  • struiklaag - Het is divers en groen als gevolg van de open kroonlaag.
  • kruidlaag - Het is divers en groen als gevolg van de open kroonlaag.
  • 10 m

Beukenbos

  • kroonlaag - Stijgt tot ongeveer 30 meter en laat weinig licht door.
  • struiklaag - Deze laag is dun vanwege haar dichte kroonlaag.
  • kruidlaag - Deze laag is dun vanwege haar dichte kroonlaag.
  • 10 m
  • Beukenbos in een gematigd klimaat

Naaldbos

  • kroonlaag - De bomen bereiken een hoogte van 30-40 meter. Als gevolg van de zeer dichte kroonlaag, kan er weinig licht doorheen komen.
  • struiklaag - Deze laag is dun vanwege haar dichte kroonlaag.
  • kruidlaag - Deze laag is dun vanwege haar dichte kroonlaag.
  • 10 m
  • Naaldbos in een gematigd klimaat

Biomes (grafiek)

  • tropisch regenwoud - Elk jaar krijgen ze tussen de 2000 en 5000 mm regen. Deze bossen zijn groenblijvend en worden gekenmerkt door een rijke diversiteit. De bodem is arm aan voedingsstoffen omdat deze door de rijke vegetatie worden geabsorbeerd en door neerslag worden weggespoeld. Door de drie verschillende lagen (de bovenste laag, de kroonlaag ende tussenlaag) vindt er een hevige concurrentiestrijd plaats om het licht, waardoor klimplanten, bijv. bromelia en orchideeën wijdverspreid zijn.
  • moessonbos - De warme zone wordt gevormd in gebieden waar de jaarlijkse neerslag tussen de 1500 en 2000 mm ligt. Omdat er twee seizoenen zijn, groeien hier loofbomen. De kroonlaag is minder dicht dan in tropische regenwouden, waardoor de struik- en kruidlagen weelderiger zijn.
  • beboste savanne - Ze komen voor in droge tropische gebieden. Jaarlijks krijgen ze tussen de 200 en 1500 mm regen. Drogere gebieden ontwikkelen savanne met gras, terwijl gebieden met meer neerslag worden gekenmerkt door beboste savannes.
  • savanne met gras
  • woestijn - De jaarlijkse neerslag is niet hoger dan 200 mm. De flora is er arm, en bestaat hoofdzakelijk uit vetplanten die weinig water nodig hebben.
  • Regenwoud in een gematigd klimaat - Groenblijvend bos dat groeit in de natste gebieden van de gematigde zone.
  • subtropisch woud - Behoort tot de loofbossen in het gematigde klimaat. Bijvoorbeeld: harde bladeren en laurierbossen.
  • Loofbos in een gematigd klimaat - De jaarlijkse neerslag bereikt 500 mm per jaar. Loofbossen zijn typerend voor de gematigde zone. De verscheidenheid aan plantensoorten is afhankelijk van het klimaat.
  • woestijn grasland - Jaarlijks valt er minder dan 500 mm neerslag. Ze worden steppes genoemd in Eurazië, pampa's in Zuid-Amerika en prairies in Noord-Amerika.
  • taiga - Het komt voor in de koele, gematigde zone, waar de gemiddelde jaarlijkse temperatuur ongeveer 0 °C is en jaarlijkse neerslag van minder dan 200 mm. Als gevolg van het koude weer is de verdamping laag is dus is er hier slechts weinig regen nodig voor de bomen om te overleven. Taiga bestaat vooral uit naaldbomen.
  • toendra - De gemiddelde jaarlijkse temperatuur ligt rond de -10 °C, er valt hier zeer weinig neerslag, het grootste deel ervan is sneeuw. Laagblijvende en bodembedekker kruidachtige planten, alsmede dwergstruiken overheersen hier. Mossen en korstmossen komen veel voor.
  • warme zone - Gemiddelde jaarlijkse temperatuur: ca. 20-30 °C
  • gematigde zone - Gemiddelde jaarlijkse temperatuur: ca. 0-20 °C
  • koude zone - Gemiddelde jaarlijkse temperatuur: < 0 °C
  • neerslag
  • 2000 mm
  • 500 mm
  • 200 mm

Biomes (flora)

Animatie

Gesproken tekst

Het tropisch regenwoud:

In tropische regenwouden valt er tussen de 2000 en 5000 mm neerslag per jaar. Deze regenwouden bevinden zich in de natste regio's van de tropische zones, waar er geen seizoenen zijn. Dit zijn groenblijvende bossen met een grote verscheidenheid aan soorten. De bodem is voedselarm, omdat de voedingsstoffen worden geabsorbeerd door de rijke vegetatie, en worden weggespoeld door de neerslag. Als gevolg van de drie lagen, de bovenste, kroon- en tussenlaag, ontstaat er een sterke concurrentiestrijd om het verkrijgen van licht. De struik- en kruidlagen krijgen weinig licht door de drie kaplagen, waardoor er hier schaduw-tolerante planten leven.

Het moessonwoud:

Náást de regenwouden bevinden zich de moessonwouden in de tropische zones. Jaarlijks valt hier minder dan 2000 mm neerslag en is er een kort droog seizoen. De ontwikkeling van loofbomen is een gevolg van de twee seizoenen. De kroonlaag van het moessonwoud is doordringender dan die van het tropisch regenwoud, hier zijn de struik- en kruidlagen dus beter ontwikkeld.

Het eikenbos:

Gematigde loofbossen komen voor in de gebieden van de gematigde zone, waar jaarlijks 500 mm neerslag valt. Een belangrijke soort gematigd loofbos is het eikenbos. Sommige eikenbossen hebben één kroonlaag. Echter, indien er naast de eiken ook nog andere soorten voorkomen, zullen deze laatsten een onderste laag van de kroon vormen. De kroon van het eikenbos is vrij dun, waardoor deze relatief veel licht doorlaat. Hierdoor zijn struik- en kruidlagen vrij goed ontwikkeld.

Het beukenbos:

Beukenbossen groeien in de koudere gebieden van de gematigde zone, zoals in de 600-800 meter hoge bergachtige gebieden. De kroon van deze bossen kan ongeveer 30 meter hoog worden; hij is dichtbegroeid, waardoor er maar weinig licht doorheen gaat. Aangezien er een sterke concurrentiestrijd om het beschikbare licht is, zijn de bomen lang omdat ze allen hun weg omhoog proberen te vinden naar het licht. De struik- en kruidlagen zijn schaars en bestaan ​​voornamelijk uit schaduwtolerante planten en bolvormige planten die bloeien voordat ze de bladeren krijgen.

Het naaldbos:

Dit is een type groenblijvend bos, typerend voor de koel-gematigde zone. Hier groeien bomen tot een hoogte van 30-40 m en de kroonlaag is ondoordringbaar, waardoor er weinig licht doorgelaten wordt. De bodem heeft een laag gehalte aan voedingsstoffen. Dit komt door het koude weer en het feit dat naalden hoge hars- en wasgehaltes hebben, wat de ontbinding vertraagd, wat weer veroorzaakt wordt door bacteriën en schimmels en de vorming van humus. Als gevolg van de schaduw en van de voedselarme bodem, is de struik- en kruidlaag weinig divers.

Biomen

In beide halfronden van onze planeet zijn de warme, gematigde en koude zones duidelijk te onderscheiden. De warme zone bevindt zich rond de evenaar en ligt tussen de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring. De gematigde zone ligt tussen de tropen en de poolcirkels. Hier kunnen we nog een keer onderscheid maken tussen de warme, gematigde en koele gematigde klimaatzones. De koude zone ligt in de poolgebieden.

Met de toename van de jaarlijkse gemiddelde neerslag in de warme en gematigde klimaatzones, gaan woestijnen over in grasland en bossen. Als we kijken naar koudere klimaten, hebben grasachtige en beboste gebieden minder neerslag. Dit gebeurt omdat de verdamping lager is bij koud weer waardoor planten kunnen overleven, zelfs als ze weinig regen krijgen.

In de warme klimaatzone kan de hoeveelheid neerslag tot 5000 mm oplopen. Als de hoeveelheid neerslag afneemt, wijken de tropische regenwouden voor moessonwouden, die weer overgaan in beboste savannen en savanne grasland. Woestijnen ontstaan in gebieden waar minder dan 200 mm neerslag valt.

Gematigde regenwouden komen voor in de natste gebieden van de gematigde zone. In een gematigd warm klimaat gaan gematigde regenwouden over in groenblijvende subtropische bossen (bossen met harde bladeren en laurierbossen) als gevolg van de grotere neerslag hier. Omdat er in de gematigde zone minder neerslag is, zijn loofbossen en woestijn graslanden hier heel gewoon. Woestijn graslanden worden steppen genoemd in Eurazië, pampa's in Zuid-Amerika en prairies in Noord-Amerika. Woestijnen komen voor in de droogste gebieden van de gematigde klimaatzone.

De bossen van de koude gematigde klimaatzone zijn taiga bossen. Dit zijn de grootste naaldbossen op onze planeet.

Toendra is gelegen in de koude zone. In de toendra bestaat de begroeiing uit dwergstruiken, mossen en korstmossen. Iets verder weg van de poolcirkel zijn de arctische gebieden permanent bedekt met sneeuw, hier kunnen vaatplanten dus niet meer overleven.

Gerelateerde items

Klimaatzones

De aarde is verdeeld in geografische en klimatologische zones, die resulteren in de zonering van de vegetatie.

Ontbossing

Ontbossing heeft een negatief effect op het milieu.

Niche

In de ecologie wordt de term niche gebruikt om de manier van leven van een soort te beschrijven.

De grove den

Een van de meest voorkomende bomen uit de dennenfamilie, inheems in Eurazië.

De mammoetboom

Mammoetbomen zijn de zwaarste levende wezens ter wereld.

De seizoenen (middelbaar niveau)

Door de gekantelde as van de aarde verandert de hoek van de zonnestralen door het jaar heen.

Eik

Door de eiken ziet men de veranderingen van bomen per seizoen.

Hoogtezones

In bergachtige gebieden veranderen het klimaat, de bodemeigenschappen, de flora en fauna naarmate je hoger komt.

Paardenkastanje

Met hulp van deze scene kan men de veranderingen van de kastanjeboom per seizoen leren kennen.

Zuurstofcyclus

De zuurstofcyclus toont de beweging van zuurstof in zijn drie voornaamste reservoirs.

Atmosferische circulatie

Het verschil tussen de temperatuur van de polaire en equatoriale zones veroorzaakt atmosferische circulatie, welke wordt beïnvloed door een aantal factoren,...

Bodemsoorten (bodemprofiel)

In deze animatie zie je verschillende bodemsoorten.

Gletsjer (middelbaar niveau)

Een gletsjer is een uit sneeuw gevormde ijsmassa die zich langzaam en voortdurend beweegt.

Grondbeginselen van de fysieke geografie

Deze animatie toont de belangrijkste oppervlaktevormen, oppervlaktewater en hun relevante symbolen.

Oost-Europese egel

De egel rolt zich op en verdedigt zich met behulp van zijn stekels.

Paddenstoel

Een paddestoel is het vlezige vruchtlichaam van een schimmel.

Vergelijking van eetbare en giftige paddenstoelen

Sommige paddenstoelen zijn levensgevaarlijk en kunnen fatale vergiftiging veroorzaken terwijl andere eetbaar zijn en veel gebruikt worden bij het koken.

De levenscyclus van mossen en varens

In deze animatie worden de levenscyclus van mossen en varens vergeleken. De animatie helpt om de algemene levenscyclus van planten beter te begrijpen.

De seizoenen (basisniveau)

Door de gekantelde as van de aarde verandert de hoek van de zonnestralen door het jaar heen.

Nationale parken in Hongarije

In Hongarije bevinden zich tien nationale parken.

Voorjaarsbloeiende bolgewassen

Deze animatie demonstreert de anatomie van tulpen, narcissen en sneeuwklokjes.

Zeestromingen

De thermohaliene circulatie is het wereldwijde systeem van zeestromingen, dat een grote invloed heeft op het klimaat op aarde.

Added to your cart.