Bodemsoorten (bodemprofiel)

Bodemsoorten (bodemprofiel)

In deze animatie zie je verschillende bodemsoorten.

Aardrijkskunde

Trefwoorden

bodemtypen, sectie bodem, bodem, rotsachtige bodem, hygroscopische bodems, zonale bodems, weidegrond, moerassige grond, zoutbodem, zandgrond, skeletbodem, alluviale bodem, Zwarte aarde, bosgrond, roodbruine bosgrond, zure pH van de bodem, rendzina, vruchtbaarheid, bodem deeltje, humus, Bodemvorming, rots, pedosfeer, aardkorst, voedingsstof, bodem woning, fragmentatie, vegetatie, verwering, ecosysteem, Natuurkunde, Aardrijkskunde

Gerelateerde items

Vragen

  • Wat is een chemische eigenschap van grond?
  • Welk materiaal hoopt zich op in de ondergrond?
  • Wat bestaat er uit detritus, mineralen, organisch materiaal, water en lucht?
  • Welke horizont is donkergekleurd vanwege het humusgehalte?
  • Welke van de volgende dingen kan worden gebruikt om de structuur van de bodem te beschrijven?
  • Wat is organisch bodemmateriaal?
  • Is het waar dat de structuur van goede grond vast is?
  • Is het waar dat goede bodem kalk bevat?
  • Is het waar dat de bovenste laag van het aardoppervlak uit grond bestaat?
  • Wat is géén bestanddeel van grond?
  • Welke letter staat niet voor een bodemhorizont?
  • Welk van de volgende dingen wordt niet omgezet in humus
  • Wat heeft géén invloed op de bodemvorming?

Scènes

Bodemprofiel (bodemhorizonten)

  • 10 cm
  • O – organisch materiaal - Laag van opgehoopt organisch materiaal.
  • A – bovenlaag - De laag die de meeste humus bevat, vermengd met mineralen. Opgelost materiaal spoelt uit deze laag door neerslag en komt in diepere lagen terecht. Zo vermindert de vruchtbaarheid van deze laag.
  • B – ondergrond - Deze laag bevat steeds iets minder humus. In gebieden met veel neerslag spoelt er materiaal weg uit de hogere lagen (organisch materiaal, klei, ijzer, aluminium) en hoopt het hier op.
  • C - substraat - Ongeconsolideerde gesteenten die ontstaan als het bodemgesteente verweert.
  • R – bodemgesteente - Hard, geconsolideerd gesteente.

De bodem is de bovenste losse, vruchtbare laag van de aardkorst. Slaat water op en levert nutriënten aan planten. Moedermateriaal, klimaat, topografie (reliëf), flora en fauna spelen een rol in bodemvorming. De bodem vormt zich alleen daar waar de aardkorst in contact komt met water en de atmosfeer. Samen met levende organismen beïnvloeden deze factoren de bodemvorming.

De bodem bestaat uit bodemdeeltjes en uit water en lucht, die de ruimtes (poriën) vullen tussen deze deeltjes. De fysieke eigenschappen van de bodem zijn onder andere de structuur, porositeit, vochtigheidsgehalte, temperatuur en textuur.

Een van de chemische bodemeigenschappen is het zuurgehalte. Een bodem kan zuur, neutraal of alkalisch zijn. Een bodem van goede kwaliteit is korrelig en rijk aan humus, bevat voldoende calcium, draagt goed warmte en water over en voorziet in de grond levende organismen van lucht.

Met een bodemprofiel kan de bodemstructuur worden onderzocht. Daarbij gaat het om een verticale doorsnede van de bodem, die alle horizonten bevat vanaf het oppervlak tot aan het grondgesteente (de bedrock). Bodemhorizonten zijn de horizontale lagen tussen het oppervlak en het grondgesteente, die zijn ontstaan uit bodemvormingsprocessen.

Definities:

Grondgesteente: De onderste, hardste gesteentelaag waaruit de bodem ontstaat door fysieke en chemische verwering.

Humus: Een donker mengsel van organische verbindingen, bestaand uit grote moleculen, dat essentieel is voor de voeding van planten.
Humus ontstaat uit dood plantaardig en dierlijk materiaal in de bodem, bij de afbraak daarvan door bacteriën en schimmels. De organische verbindingen die ontstaat uit de chemische processen kunnen worden opgenomen door planten. Planten halen stikstoffen en fosfaten voornamelijk uit humus. Humusrijke bodem heeft een donkere kleur.

Uitspoelen: de verplaatsing van oplosbare zouten in de bodem naar lagere lagen. Dit proces speelt een rol in de bodemvorming in gebieden waar de jaarlijkse neerslag groter is dan de verdampingssnelheid. (Humus bestaat uit matig oplosbare verbindingen en is daardoor niet gevoelig voor uitspoeling.)

Inspoeling: ophoping van opgeloste materialen in één bodemhorizont.

Belangrijke bodemsoorten

  • 10 cm
  • O – organisch materiaal - Laag van opgehoopt organisch materiaal.
  • A – bovenlaag - De laag die de meeste humus bevat, vermengd met mineralen. Opgelost materiaal spoelt uit deze laag door neerslag en komt in diepere lagen terecht. Zo vermindert de vruchtbaarheid van deze laag.
  • B – ondergrond - Deze laag bevat steeds iets minder humus. In gebieden met veel neerslag spoelt er materiaal weg uit de hogere lagen (organisch materiaal, klei, ijzer, aluminium) en hoopt het hier op.
  • C - substraat - Ongeconsolideerde gesteenten die ontstaan als het bodemgesteente verweert.
  • R – bodemgesteente - Hard, geconsolideerd gesteente.
  • Laag van opgehoopt organisch materiaal.
  • Poolgebied en koude gematigde klimaatzone bodemsoorten
  • Gematigde klimaatzone bodemsoorten
  • Warme gematigde klimaatzone en tropen bodemsoorten
  • Hydrologische bodemgroepen
  • Cryosol
  • Podzol
  • Chernozem
  • Phaeozem
  • Kastanozem
  • Ramann bruine bosbodem (Cambisol)
  • Kleiachtige bruine aarde (Luvisol)
  • Bruine podzolbodem (Albeluvisol)
  • Acrisol
  • Alisol
  • Lixisol
  • Oxisol
  • Calcisol
  • Veengrond (histosol)
  • Gleysol
  • Vertisol
  • Solonchak
  • Solonetz

De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) heeft een bodemclassificatiesysteem en een bijbehorende bodemkaart gemaakt om informatie te verspreiden over de bodemsoorten op aarde.

Dit classificatiesysteem is ontworpen om bodems op globale schaal in kaart te brengen, gebaseerd op eigenschappen en vormingsfactoren. Het huidige FAO-bodemclassificatiesysteem bevat 28 belangrijke bodemsoorten.

Poolgebieden en koude gematigde gebieden

  • 10 cm
  • O – organisch materiaal - Laag van opgehoopt organisch materiaal.
  • A – bovenlaag - De laag die de meeste humus bevat, vermengd met mineralen. Opgelost materiaal spoelt uit deze laag door neerslag en komt in diepere lagen terecht. Zo vermindert de vruchtbaarheid van deze laag.
  • B – ondergrond - Deze laag bevat steeds iets minder humus. In gebieden met veel neerslag spoelt er materiaal weg uit de hogere lagen (organisch materiaal, klei, ijzer, aluminium) en hoopt het hier op.
  • C - substraat - Ongeconsolideerde gesteenten die ontstaan als het bodemgesteente verweert.
  • R – bodemgesteente - Hard, geconsolideerd gesteente.
  • Cryosol
  • Podzol

Gematigde gebieden

  • 10 cm
  • O – organisch materiaal - Laag van opgehoopt organisch materiaal.
  • A – bovenlaag - De laag die de meeste humus bevat, vermengd met mineralen. Opgelost materiaal spoelt uit deze laag door neerslag en komt in diepere lagen terecht. Zo vermindert de vruchtbaarheid van deze laag.
  • B – ondergrond - Deze laag bevat steeds iets minder humus. In gebieden met veel neerslag spoelt er materiaal weg uit de hogere lagen (organisch materiaal, klei, ijzer, aluminium) en hoopt het hier op.
  • C - substraat - Ongeconsolideerde gesteenten die ontstaan als het bodemgesteente verweert.
  • R – bodemgesteente - Hard, geconsolideerd gesteente.
  • Chernozem
  • Phaeozem
  • Kastanozem
  • Ramann bruine bosbodem (Cambisol)
  • Kleiachtige bruine aarde (Luvisol)
  • Bruine podzolbodem (Albeluvisol)

Warme gematigde gebieden en tropen

  • 10 cm
  • A – bovenlaag - De laag die de meeste humus bevat, vermengd met mineralen. Opgelost materiaal spoelt uit deze laag door neerslag en komt in diepere lagen terecht. Zo vermindert de vruchtbaarheid van deze laag.
  • B – ondergrond - Deze laag bevat steeds iets minder humus. In gebieden met veel neerslag spoelt er materiaal weg uit de hogere lagen (organisch materiaal, klei, ijzer, aluminium) en hoopt het hier op.
  • C - substraat - Ongeconsolideerde gesteenten die ontstaan als het bodemgesteente verweert.
  • R – bodemgesteente - Hard, geconsolideerd gesteente.
  • Acrisol
  • Alisol
  • Lixisol
  • Oxisol
  • Calcisol

Natte bodems

  • 10 cm
  • A – bovenlaag - De laag die de meeste humus bevat, vermengd met mineralen. Opgelost materiaal spoelt uit deze laag door neerslag en komt in diepere lagen terecht. Zo vermindert de vruchtbaarheid van deze laag.
  • B – ondergrond - Deze laag bevat steeds iets minder humus. In gebieden met veel neerslag spoelt er materiaal weg uit de hogere lagen (organisch materiaal, klei, ijzer, aluminium) en hoopt het hier op.
  • C - substraat - Ongeconsolideerde gesteenten die ontstaan als het bodemgesteente verweert.
  • Laag van opgehoopt organisch materiaal.
  • Veengrond (histosol)
  • Gleysol
  • Vertisol
  • Solonchak
  • Solonetz

FAO-bodem- classificatie

Gerelateerde items

Grondsoorten in Hongarije (kaart)

Onze Melkweg heeft een diameter van ongeveer 100 000 lichtjaar en bevat meer dan 100 miljard sterren. Onze Zon is één van deze sterren.

Bodemverontreiniging

De animatie toont de belangrijkste bronnen van bodemverontreiniging aan.

De grove den

Een van de meest voorkomende bomen uit de dennenfamilie, inheems in Eurazië.

De structuur van de aarde (middelniveau)

De Aarde is opgebouwd uit verschillende lagen die een bolvormige schil vormen.

Milieuvervuiling

De negatieve effecten van de menselijke samenleving op de natuur worden milieuvervuiling genoemd.

Boslagen

De opbouw van bossen in verschillende boslagen hangt van het type bos af.

Hoe werkt een maaidorser?

Granen worden geoogst met een maaidorser, ook wel combine genoemd.

Ontbossing

Ontbossing heeft een negatief effect op het milieu.

Stikstof-cyclus

Atmosferische stikstof wordt gebonden door bacteriën en gebruikt door levende organismen in de vorm van verschillende verbindingen.

Landbouwtechnieken

De landbouwtechnieken zijn in de Middeleeuwen en in de moderne tijd met de menselijke beschaving geëvolueerd.

Paardenkastanje

Met hulp van deze scene kan men de veranderingen van de kastanjeboom per seizoen leren kennen.

Topografische kaart Hongarije

De animatie toont de landschappen en de hydrografie van Hongarije en het Karpatenbekken aan.

Added to your cart.