Bacteriën (kokken, bacillen, spirillen)

Bacteriën (kokken, bacillen, spirillen)

Bacteriën komen voor in heel wat verschillende vormen, waaronder bolvormige, staafvormige en spiraalvormige bacteriën.

Biologie

Trefwoorden

bacterie, prokaryote, eencellige, pathogeen, antibiotica, micro-organisme, ziekte, infectie, ontsteking, E coli, tetanus, pest, cholera, gonokokkeninfectie, meningitis, gonorroe, longontsteking, Salmonella, veteranenziekte, Lymeziekte, syfilis, stok, spiral, bolvormig, monococcus, vibrio, pus, staphylococcus, streptococcus, bacil, Spirillum, coccus, cel, celwand, Gram-positieve, gram kleuring, tok, cilium, Pasteur, Gramnegatief, morfologie, bacteriologie, Microbiologie, Biologie

Gerelateerde items

Vragen

  • Welke bacterie is NIET bolvormig?
  • Welke vorm is niet typerend voor bacteriën?
  • Het pathogeen van de pest heeft welke vorm?
  • Het pathogeen van tetanus heeft welke vorm?
  • Welke ziekte wordt veroorzaakt door bacteriën?
  • Welke ziekte wordt veroorzaakt door bacteriën?
  • Welke ziekte wordt veroorzaakt door bacteriën?
  • Wat is GEEN bacteriële ziekte?
  • Wat is GEEN bacteriële ziekte?
  • Wat is GEEN bacteriële ziekte?
  • Welk deel van de Gram-positieve bacteriën behoudt de vlek tijdens het Gramkleuren?
  • Welke stof is het hoofdbestanddeel van bacteriële celwanden?
  • Welke bacteriën worden gebruikt bij de productie van levensmiddelen?
  • Is het waar dat stikstofbindende bacteriën vaak een ontsteking veroorzaken wanneer ze het menselijk lichaam weten binnen te dringen?
  • Is het waar dat er stikstofbindende bacteriën leven op de wortels van peulvruchten?
  • Is het waar dat het lokaas van de zeeduivel bacteriën bevat die licht uitstralen?
  • Is het waar dat er E. coli bacteriën leven in de menselijke darmflora?
  • Is het waar dat het pathogeen van tetanus een gifstof produceert die schadeloze spier-spasmen veroorzaakt?
  • Is het waar dat bacteriën prokaryoten zijn?
  • Is het waar dat bacteriën eencellige organismen zijn?

Scènes

Bol

  • monokokken - Eenvoudige, bolvormige bacteriën.
  • diplokokken - Bv.: Neisseria gonorrhoeae, de bacterie die verantwoordelijk is voor gonorroe, of meningokokken, de bacteriën die meningitis verwekken.
  • streptokokken - Deze groep omvat vele bacteriën die ontstekingen veroorzaken, bijvoorbeeld Streptococcus pneumoniae, de bacteriën die pneumonie verwekken, de ontsteking van de bovenste luchtwegen, of meningitis.
  • stafylokokken - Deze bacteriën veroorzaken vaak etterende infecties. Staphylococcus aureus brengt bijvoorbeeld vaak wondinfecties teweeg.

Staaf

  • bacil - Bv.: Escherichia coli, een bacterie die doorgaans teruggevonden kan worden in de lagere darmen, of lactobacillen die op grote schaal worden gebruikt in de voedingsindustrie. Bepaalde bacillen verwekken infecties en ziektes zoals de builenpest, legionellose, tetanus of salmonella.
  • vibrio - Bv: Vibrio cholerae, de ziekteverwekker van cholera, of fotobacteriën, bacteriën die voorkomen in het lokaas van zeeduivel en licht uitstralen.

Spiraal

  • spiril - Bv: Spirillum minus, het pathogeen van de rattenbeetziekte, een ontsteking die zich ontwikkelt in de mens nadat deze gebeten werd door een knaagdier.
  • spirochaeta - Bv: Borrelia burgdorferi, het pathogeen van de ziekte van Lyme; de pathogenen van leptospirose en syfilis (een SOA).

Structuur

  • capsule - De buitenste laag die de cel beschermt. Deze is kenmerkend voor ziekteverwekkende bacteriën.
  • celwand - Een harde en stijve structuur die men in de meeste bacteriën terugvindt. Bestaat uit polysachariden en proteïnen. Ze voorziet de cellen van structurele ondersteuning en bescherming.
  • celmembraan - Een dubbele lipidelaag.
  • DNA - Deze is ringvormig. Er ligt geen kernmembraan omheen, daardoor worden de bacteriën ook wel prokaryotische cellen genoemd.
  • cytoplasma
  • zweepstaartje (flagellum) - Dient ter voortbeweging. Niet alle bacteriën hebben een zweepstaartje.
  • plasmide - Een kort, extrachromosomaal DNA-molecuul in cellen, dat zich als zelfstandige eenheid kan repliceren. Het wordt meestal aangetroffen in bacteriën als circulair DNA-molecuul.

Celwand

  • Gram-positief
  • polysacharide - De celwand bestaat uit een polysacharide genaamd peptidoglycaan (ook bekend als mureïne). Tijdens het Gramkleuren reageert de kleurstof met deze laag.
  • celmembraan
  • Gram-negatief
  • celmembraan
  • polysacharide - De celwand bestaat uit een polysacharide genaamd peptidoglycaan (ook wel mureïne genoemd).
  • buitenste lipidemembraan - Tijdens het Gramkleuren zorgt deze laag ervoor dat de vlek niet reageert met de polysacharidelaag. De celwand kan dus niet goed worden gekleurd.

Animatie

  • capsule - De buitenste laag die de cel beschermt. Deze is kenmerkend voor ziekteverwekkende bacteriën.
  • celwand - Een harde en stijve structuur die men in de meeste bacteriën terugvindt. Bestaat uit polysachariden en proteïnen. Ze voorziet de cellen van structurele ondersteuning en bescherming.
  • celmembraan - Een dubbele lipidelaag.
  • DNA - Deze is ringvormig. Er ligt geen kernmembraan omheen, daardoor worden de bacteriën ook wel prokaryotische cellen genoemd.
  • cytoplasma
  • zweepstaartje (flagellum) - Dient ter voortbeweging. Niet alle bacteriën hebben een zweepstaartje.
  • plasmide - Een kort, extrachromosomaal DNA-molecuul in cellen, dat zich als zelfstandige eenheid kan repliceren. Het wordt meestal aangetroffen in bacteriën als circulair DNA-molecuul.
  • Gram-positief
  • polysacharide - De celwand bestaat uit een polysacharide genaamd peptidoglycaan (ook bekend als mureïne). Tijdens het Gramkleuren reageert de kleurstof met deze laag.
  • celmembraan
  • Gram-negatief
  • celmembraan
  • polysacharide - De celwand bestaat uit een polysacharide genaamd peptidoglycaan (ook wel mureïne genoemd).
  • buitenste lipidemembraan - Tijdens het Gramkleuren zorgt deze laag ervoor dat de vlek niet reageert met de polysacharidelaag. De celwand kan dus niet goed worden gekleurd.
  • monokokken - Eenvoudige, bolvormige bacteriën.
  • diplokokken - Bv.: Neisseria gonorrhoeae, de bacterie die verantwoordelijk is voor gonorroe, of meningokokken, de bacteriën die meningitis verwekken.
  • streptokokken - Deze groep omvat vele bacteriën die ontstekingen veroorzaken, bijvoorbeeld Streptococcus pneumoniae, de bacteriën die pneumonie verwekken, de ontsteking van de bovenste luchtwegen, of meningitis.
  • stafylokokken - Deze bacteriën veroorzaken vaak etterende infecties. Staphylococcus aureus brengt bijvoorbeeld vaak wondinfecties teweeg.
  • bacil - Bv.: Escherichia coli, een bacterie die doorgaans teruggevonden kan worden in de lagere darmen, of lactobacillen die op grote schaal worden gebruikt in de voedingsindustrie. Bepaalde bacillen verwekken infecties en ziektes zoals de builenpest, legionellose, tetanus of salmonella.
  • vibrio - Bv: Vibrio cholerae, de ziekteverwekker van cholera, of fotobacteriën, bacteriën die voorkomen in het lokaas van zeeduivel en licht uitstralen.
  • spiril - Bv: Spirillum minus, het pathogeen van de rattenbeetziekte, een ontsteking die zich ontwikkelt in de mens nadat deze gebeten werd door een knaagdier.
  • spirochaeta - Bv: Borrelia burgdorferi, het pathogeen van de ziekte van Lyme; de pathogenen van leptospirose en syfilis (een SOA).

Gesproken tekst

Bacteriën zijn eencellige, prokaryotische micro-organismen. Ze komen overal ter wereld voor; de voorouders van de moderne bacterie zoals we die vandaag kennen verschenen 3,5 miljard jaar geleden op aarde.

Het cytoplasma vormt de basis van de bacteriële cel. Het bevat het genetisch materiaal, het ringvormige DNA. In tegenstelling tot het DNA van eukaryoten zijn er geen eiwitten verbonden aan het DNA van prokaryoten. Het cytoplasma wordt omgeven door het celmembraan.

Alle bacteriën hebben een celwand. Het is sterk, stijf en opgebouwd uit proteïnen en polysachariden. Het voorziet de cellen van structurele ondersteuning en bescherming.

De buitenzijde van de celwand noemt men de capsule, die voornamelijk bestaat uit polysachariden. Deze beschermt de cel en is verantwoordelijk voor de ziektes die sommige bacteriën veroorzaken in het gastorganisme.
Sommige bacteriën zijn in staat zichzelf voort te bewegen met behulp van een zweepstaartje of flagellum.

Bacteriën kunnen zich buitengewoon goed aanpassen aan hun omgeving en zich voortplanten, wat verklaart waarom ze zo wijdverspreid zijn. Ze kunnen zich zowel seksueel als aseksueel voortplanten. Indien ze zich voortplanten via binaire fusie, wat een vorm van aseksuele reproductie is, produceren ze een groot aantal individuele bacteriecellen. Bacteriën kunnen in heel wat vormen voorkomen, waaronder bollen, staafjes en spiralen.

Bolvormige bacteriën, ook wel kokken genoemd, kunnen voorkomen als enkelvoudige cellen, paren, ketens of clusters. Heel wat bacteriën die purulente infecties of longontsteking veroorzaken zijn bolvormig. Ook gonorroe wordt verwekt door een bolvormige bacterie.

Een groep van staafvormige bacteriën noemen we bacillen. Deze kunnen onschadelijk zijn, zoals de lactobacillen die gebruikt worden in de voedingsindustrie. Echter verwekken heel wat bacillen ziektes zoals de pest, tuberculose, salmonella en tetanus. Escherichia coli, die men doorgaans kan terugvinden in het darmflora, is ook een bacil.

Syfilis, de ziekte van Lyme en leptospirose worden veroorzaakt door spiraalvormige bacteriën.

Gramkleuring is een methode die gebruikt wordt om bacteriën van elkaar te scheiden in twee groepen, namelijk Gram-negatieve en Gram-positieve bacteriën. Het toevoegen van kleurstof in de celwand van de bacterie levert verschillende resultaten op bij verschillende soorten bacteriën vanwege hun andere structuur. De twee soorten bacteriën reageren anders op antibiotica, waardoor bacteriële infecties met specifieke antibiotica verholpen moeten worden.

Gerelateerde items

Biogasinstallatie

Biogas kan worden geproduceerd uit organisch materiaal (mest, plantaardige en organisch afval) met behulp van bacteriën. Biogas is een mengsel van methaan...

Stikstof-cyclus

Atmosferische stikstof wordt gebonden door bacteriën en gebruikt door levende organismen in de vorm van verschillende verbindingen.

Virussen

Virussen bestaan uit eiwitten en DNA of RNA, en herprogrammeren geïnfecteerde cellen om zich zo te reproduceren.

Bacteriën (gevorderd)

Bacteriën zijn eencellige organismen zonder celkern. Ze hebben een afmeting van enkele micrometer.

De structuur van prokaryote en eukaryote cellen

Er zijn twee celbasistypes: prokaryote en eukaryote cellen.

De Zwarte Dood (Europa, 1347-1353)

De bacteriële ziekte die bekendstaat als de pest is één van de meest dodelijke infectieziekten uit de menselijke geschiedenis.

DNA

Drager van genetische informatie

Genoombewerking

Genoombewerking of genome editing is een vorm van genetische modificatie waarbij het genoom van een organisme wordt veranderd. In deze animatie zie je hoe...

Oliemolecuul

Triglyceriden met onverzadigde vetzuren zijn vloeibaar bij kamertemperatuur.

Regenworm

De anatomie van de ringworm wordt getoond aan de hand van het voorbeeld van de regenworm.

Vergelijking van eetbare en giftige paddenstoelen

Sommige paddenstoelen zijn levensgevaarlijk en kunnen fatale vergiftiging veroorzaken terwijl andere eetbaar zijn en veel gebruikt worden bij het koken.

Vetmolecuul

Drie verzadigde vetzuurmoleculen die verbonden zijn aan een glycerolmolecuul.

De structuur van eiwitten

De structuur en samenstelling van polypeptideketens beïnvloedt de ruimtelijke structuur van eiwitten.

Euglena viridis

Een eencellige die in zoetwater leeft. Ze kan zowel autotroof als heterotroof functioneren.

Zeeduivel

Deze bizar uitziende vis gebruikt zijn lichtgevende lokaas om zijn prooi te vangen. De animatie toont hoe dit in zijn werk gaat.

Dierlijke en plantaardige cellen, organellen

Eukaryotische cellen bevatten talrijke organellen.

Grote amoeba

Een heterotrofe protist die in zoet water voorkomt. De vorm ervan verandert voortdurend.

Pantoffeldiertje

Een eukaryotische eencellige diersoort die in zoetwateren algemeen voorkomt.

Added to your cart.