Aardbeving

Aardbeving

Een aardbeving is één van meest vernietigende natuurverschijnselen.

Aardrijkskunde

Trefwoorden

aardbeving, platentektoniek, seismograaf, epicentrum, hypocentrum, aardkorst, tektonische plaat, aardbeving-proof bouw, vulkanische activiteit, golf, tsunami, natuurkundige aardrijkskunde, Aardrijkskunde

Gerelateerde items

Vragen

  • In welk gebied op aarde komen aardbevingen het vaakst voor?
  • Bij welke soort plaatgrenzen komen de meest krachtige aardbevingen voor?
  • Wat is niet waar over aardbevingen?
  • Ondiepe aardbevingen hebben een diepte van minder dan...
  • Wat is het epicentrum van een aardbeving?
  • Wat is het hypocentrum van een aardbeving?
  • Wat is de diepte van een aardbeving?
  • De energie die tijdens een aardbeving vrijkomt, beweegt zich voort als...
  • Welke van deze golven is geen ruimtegolf?
  • Welke van deze golven is geen oppervlaktegolf?
  • Wat is een seismograaf?
  • Welk van deze criteria is NIET belangrijk in aardbevingsbestendige gebouwen?
  • Welk bouwmateriaal maakt een gebouw meer aardbevingsbestendig?
  • Is het waar dat er alleen een klein aantal aardbevingen langs plaatgrenzen optreedt?
  • Is het waar dat ondiepe aardbevingen meestal langs divergente plaatgrenzen optreden?
  • Is het waar dat het mogelijk is om de intensiteit van de hoofdschok te bepalen op basis van de voorschokken?
  • Is het waar dat P-golven het eerst door instrumenten worden opgemerkt?
  • Is het waar dat volumegolven de grootste schade op het aardoppervlak veroorzaken?
  • Is het waar dat de schaal van Richter gebaseerd is op waardes die met instrumenten zijn gemeten?
  • Is het waar dat de schaal van Mercalli de schade toont die door aardbevingen wordt veroorzaakt?

Scènes

Aardbevingen en tektonische platen

  • Afrikaanse plaat
  • Euraziatische Plaat
  • Arabische Plaat
  • Indische Plaat
  • Noord-Amerikaanse Plaat
  • Zuid-Amerikaanse Plaat
  • Pacifische Plaat
  • Caribische Plaat
  • Cocosplaat
  • Nazcaplaat
  • Antarctische Plaat
  • Australische Plaat
  • Filipijnse Zeeplaat

Een aardbeving is een korte, elastische beweging van de aardkorst. Aardbevingen kunnen aan het aardoppervlak plaatsvinden (bijvoorbeeld als gevolg van aardverschuivingen) of onder het aardoppervlak.

De meeste aardbevingen vinden plaats langs de randen van het bekken van de Pacifische Oceaan. Andere seismisch actieve gebieden liggen in de Middellandse Zee, de Indonesische archipel en langs de rand van mid-oceanische ruggen. Net als vulkanen zijn aardbevingen niet willekeurig over de aarde verdeeld.

De meest voorkomende soorten aardbevingen zijn tektonische aardbevingen, veroorzaakt door de beweging van tektonische platen; ze vinden plaats langs de randen van de platen.

De zwaarste aardbevingen uit de afgelopen 30 jaar

  • VS 7,9 M 30.11.1987 7,8 M 06.03.1988
  • Canada, 6,2 M 24.04.2015
  • VS, 6,0 M 24.08.2014
  • Mexico, 8 M 19.09.1985
  • El Salvador 5,5 M 10.10.1986
  • Haïti, 7 M 12. 01. 2010
  • Ecuador 7 M 06.03.1987 7.8 M 16.04.2016
  • Columbia, 6,2 M 10.03.2015
  • Peru, 6,9 M 11.02.2015
  • Chili, 6,1 M 11.02.2015
  • Argentinië, 6,7 M 11.02.2015
  • Chili, 6,2 M 21.04.2007
  • Algerije, 7,7 M 10.10.1980
  • Algerije, 6,8 M 21.05.2003
  • Nieuw Zeeland, 6,0 M 04.05.2015
  • Papua-Nieuw Guinea, 7 M 17.07.1998
  • Turkije, 7,6 M 17.08.1999
  • Italië, 6,5 M 23.11.1980
  • Italië 6,0 M 06.09.2002
  • Armenië, 6,8 M 07.12.1988
  • Iran 7,3 M 10.05.1997
  • Iran 7,3 M 28.07.1981 6,9 M 11.06.1981
  • Afghanistan 6,6 M 30.05.1998 6,1 M 25.03.2002
  • India, 7,6 M 26.01.2001
  • India, 7 M 19.10.1991
  • Nepal 6,8 M 20.08.1988 7,8 M 25.04.2015
  • China, 6,9 M 13.04.2010
  • China, 6,8 M 24.01.1981
  • China, 7,9 M 12.05.2008
  • China, 7,8 M 27.07.1976
  • Rusland, 7,5 M 27.05.1995
  • Rusland, 7,6 M 20.04.2006
  • Japan, 9 M 11.03.2011
  • Japan, 7,1 M 25.10.2013
  • Japan, 6,9 M 16.01.1995
  • Taiwan 7,6 M 20. 09. 1999 6,4 M 05.02.2016
  • Filippijnen, 7,7 M 16.07.1990
  • Filippijnen, 7,2 M 15.10.2013
  • Indonesië 9,1 M 26.12.2004 8,6 M 28.03.2005
  • Indonesië, 7,5 M 30.09.2009
  • Indonesië, 6,3 M 26.05.2006
  • Indonesië, 7,5 M 12.12.1992

Afhankelijk van hun diepte worden aardbevingen in drie types ingedeeld: ondiep, middeldiepe en diepe aardbevingen. Ondiepe aardbevingen hebben een diepte van minder dan 70 km, aardbevingen met een gemiddelde diepte vinden tussen de 70 en 300 km plaats, terwijl diepe aardbevingen op meer dan 300 km diepte plaatsvinden.

Aardbevingen die plaatsvinden bij divergente plaatgrenzen (op de grens van oceanische ruggen) zijn meestal ondiepe en zwakkere aardbevingen. Bij convergente plaatgrenzen kunnen zowel ondiepe aardbevingen als aardbevingen van gemiddelde en grote diepte plaatsvinden. Hier zijn ondiepe aardbevingen en aardbevingen met gemiddelde diepte meestal sterker en diepe aardbevingen minder sterk. De zwaarste aardbevingen worden veroorzaakt door de botsing van twee tektonische platen. Als een aardbeving onder de oceaan plaatsvindt, kan deze een tsunami veroorzaken; dit zijn zeer grote golven die een enorme ravage kunnen aanrichten.

Over het algemeen is een aardbeving een serie van schokken. De grootste hoeveelheid energie komt vrij tijdens de hoofdschok. Een hoofdschok wordt meestal gevolgd door meerdere naschokken, die geleidelijk in intensiteit afnemen. Het classificeren van de schokken van een aardbeving is alleen mogelijk nadat de seismische golven volledig zijn gestopt.

Wat veroorzaakt aardbevingen

  • epicentrum - Het punt op het aardoppervlak dat direct boven het hypocentrum ligt.
  • hypocentrum - Het punt van oorsprong van een aardbeving, waar permanente vervorming plaatsvindt.
  • diepte - De afstand tussen het hypocentrum en het epicentrum.
  • seismische golf

Tektonische aardbevingen vinden plaats als de druk tussen botsende tektonische platen zich zodanig heeft opgebouwd dat de spanning groter is dan de weerstand van de platen en hun vermogen om te vervormen. De druk komt plotseling vrij (net als een stok die te ver wordt gebogen en plotseling breekt) en verspreidt zich daarna in de vorm van golven in alle richtingen.

Het punt van herkomst van een aardbeving, waar permanente vervorming plaatsvindt, wordt het hypocentrum genoemd. Het punt op het aardoppervlak dat het dichtste bij het hypocentrum ligt, wordt het epicentrum genoemd. Hier heeft de aardbeving de grootste sterkte en vernietigende kracht. De afstand tussen het hypocentrum en het epicentrum is de diepte van de aardbeving.

Seismische golven

  • P-golf - Het is een ruimtegolf, die zich onder het aardoppervlak beweegt. Het is een longitudinale golf; de snelheid is twee keer zo groot als die van een transversale golf en daarom wordt hij het eerst door seismografen opgemerkt.
  • S-golf - Het is een ruimtegolf, die zich onder het aardoppervlak beweegt. Deeltjes bewegen loodrecht op de richting waarin de golf zich verplaatst (in een verticaal of horizontaal vlak). De snelheid is twee keer zo klein als die van een longitudinale golf en daarom wordt hij pas later door seismografen opgemerkt.
  • L-golf - Het is een oppervlaktegolf en hij beweegt zich dus parallel aan het aardoppervlak. Hij is het resultaat van de interferentie van longitudinale golven met horizontale transversale golven. De deeltjes bewegen in een horizontaal vlak loodrecht op de richting waarin de golf zich verplaatst. De amplitude van de beweging van de deeltjes is veel groter dan bij ruimtegolven, maar hij neemt snel af met de diepte. Hij verplaatst zich met hogere snelheden dan de andere soorten oppervlaktegolven.
  • R-golf - Het is een oppervlaktegolf en hij beweegt zich dus parallel aan het aardoppervlak. Hij is het resultaat van de interferentie van longitudinale golven met verticale transversale golven. De deeltjes bewegen in een vlak in dezelfde richting als waarin de golf zich verplaatst. De amplitude van de beweging van de deeltjes is veel groter dan bij ruimtegolven, maar hij neemt snel af met de diepte. Hij verplaatst zich met laagste snelheden van alle oppervlaktegolven.
  • volumegolven
  • oppervlaktegolven

De energie die in het hypocentrum vrijkomt, verspreidt zich in de vorm van golven. Deze golven verplaatsen zich door het binnenste van de aarde en verspreiden zich in alle richtingen. Deze worden ruimtegolven genoemd. Er zijn twee soorten ruimtegolven: longitudinale en transversale golven. Deze namen komen van de richting waarin de deeltjes zich bewegen.

Het pad van longitudinale golven wordt gekenmerkt door een afwisseling van compressie en verwijding van materie. Transversale golven zijn er in twee soorten: in het eerste soort bewegen de deeltjes in een horizontaal vlak, terwijl in het tweede deel de deeltjes in een verticaal vlak bewegen, loodrecht op de richting waarin de golf zich beweegt.

De snelheid van longitudinale golven is hoger en daarom zijn dit de eerste golven die door instrumenten kan worden opgemerkt. Daarom worden het P-golven genoemd (primaire golven), terwijl transversale golven S-golven worden genoemd (secondaire golven).

Golven die zich parallel aan het aardoppervlak bewegen, worden oppervlaktegolven genoemd. Ze zijn het resultaat van de interferentie van P-golven met S-golven. De interferentie van P-golven met verticale S-golven creëert Rayleighgolven, terwijl de interferentie van P-golven met horizontale S-golven in Lovegolven resulteert. Deze golven zijn vernoemd naar de natuurkundigen die ze voor het eerst beschreven. Oppervlaktegolven verplaatsen zich met lagere snelheden dan ruimtegolven, maar hun amplitude is groter; ze veroorzaken de grootste schade.

Aardbevingen meten

  • seismograaf
  • pen
  • seismogram - Een grafiek die door een seismograaf wordt gemaakt; hij geeft de beweging van de grond over een bepaalde tijd weer.
  • ophanging

Elke dag vinden er op aarde duizenden aardbevingen plaats. De meeste aardbevingen zijn zo zwak dat ze alleen met instrumenten kunnen worden waargenomen. Zo'n instrument wordt een seismograaf genoemd; hiermee wordt de beweging van de grond als gevolg van seismische golven tijdens een aardbeving gemeten en vastgelegd.

Een seismograaf bestaat uit een voet die aan de grond vastzit, een papieren rol die op een cilinder draait en een pen met een veer die aan een frame vastzit. Tijdens een aardbeving beweegt de cilinder met de aarde mee, terwijl de pen op z'n plek blijft en de beweging van de grond op het ronddraaiende papier vastlegt. Elk seismisch station is uitgerust met minstens 3 seismografen die de vibraties in drie richtingen vastleggen: twee horizontaal, noord-zuid en oost-west, een één verticaal.

Om de afstand tot het epicentrum van een aardbeving te berekenen, gebruiken seismologen het tijdsverschil tussen de aankomst van de P-golven en de S-golven. Als ze de afstand weten, tekenen ze een cirkel om het seismische centrum. Om de locatie van het epicentrum precies vast te leggen, worden de gegevens van drie seismische stations vergeleken, waarbij de plek waar de drie cirkels elkaar kruisen met zekerheid als de locatie van het epicentrum kan worden aangewezen.

De schaal van Mercalli drukt de sterkte van aardbevingen uit, gebaseerd op hun intensiteit. Deze schaalverdeling laat 12 niveaus zien van de effecten die een aardbeving heeft. Dit is niet gebaseerd op gemeten waardes, maar op geobserveerde effecten. Het voordeel van deze schaal is dat het zelfs mogelijk is om aardbevingen te classificeren die eeuwen geleden hebben plaatsgevonden. Er bestaat echter geen lineaire correlatie tussen de intensiteit van een aardbeving en de schade die hij veroorzaakt. De schade is afhankelijk van het soort gesteente, bevolkingsdichtheid en bouwmethodes.

De schaal van Richter is gebaseerd op gemeten waarden. Hij geeft de hoeveelheid energie weer die tijdens een aardbeving vrijkomt, dus de magnitude, die door seismografen wordt opgemeten. Elk cijfer op de schaal van Richter vertegenwoordigt een toename in vrijgekomen energie die 32 keer zo groot is als het vorige cijfer. De magnitude is onafhankelijk van de effecten van de aardbeving aan de oppervlakte.

Aardbevings techniek

  • aardbevingsbestendig gebouw - - eenvoudige indeling - laag zwaartepunt - kleine ramen
  • niet-aardbevingsbestendig gebouw - - complexe indeling - hoog zwaartepunt - grote ramen
  • aardbevingsbestendig gebouw - - verstevigde betonplaat -versteviging in kruisvorm
  • niet-aardbevingsbestendig gebouw - - plaat zonder liggers - geen versteviging
  • aardbevingsbestendig gebouw
  • niet-aardbevingsbestendig gebouw
  • hout- of metaalskeletgebouw - Hout- of metaalskeletgebouwen zijn gemaakt van flexibele materialen die kunnen buigen.
  • gemetseld gebouw - Gemetselde gebouwen (van baksteen, beton) zijn gemaakt van rigide en minder flexibele materialen, die breken als er een grotere kracht op uitgeoefend wordt.
  • aardbevingsbestendig gebouw
  • niet-aardbevingsbestendig gebouw
  • seismische isolatie - Om gebouwen tegen het effect van seismische golven te beschermen, wordt isolatie aan de onderkant gebruikt. Deze systemen bestaan uit structurele elementen van staal en rubber.
  • eenvoudige fundering, zonder seismische isolatie - Het schudden van de grond wordt overgebracht op het gebouw, waardoor er beschadigingen optreden.
  • contragewicht om vibraties tegen te gaan - In het geval van torenflats worden er massieve contragewichten in de top van het gebouw verwerkt. De contragewichten fungeren als een slinger: als de bovenkant van het gebouw naar de ene kant slingert als gevolg van een aardbeving, probeert het contragewicht het in de tegengestelde richting te trekken.

Hoewel we tegenwoordig uitgebreide kennis over seismische gebieden en het karakter van aardbevingen hebben, is het nog steeds onmogelijk om de precieze tijd te voorspellen waarop een aardbeving zal plaatsvinden. Daarom is de beste manier om ons tegen aardbevingen te beschermen het bouwen van aardbevingsbestendige gebouwen. Het architectonische ontwerp van gebouwen, hun versteviging, de bouwmaterialen die gebruikt worden en de seismische isolatie en demping zijn allemaal belangrijk voor de seismische weerstand.

Aardbevingsbestendige gebouwen hebben een eenvoudige indeling, een laag zwaartepunt en kleine ramen. Verstevigde betonnen platen en verstevigde muren spelen een belangrijke rol. Wat bouwmaterialen betreft zijn houtskelet- of metaalskeletgebouwen het meest aardbevingsbestendig, omdat ze van flexibele materialen zijn gemaakt. Isolatiesystemen aan de onderkant en contragewichtdemping geven hoge gebouwen bescherming tegen aardbevingen.

Animatie

  • Afrikaanse plaat
  • Euraziatische Plaat
  • Arabische Plaat
  • Indische Plaat
  • Noord-Amerikaanse Plaat
  • Zuid-Amerikaanse Plaat
  • Pacifische Plaat
  • Caribische Plaat
  • Cocosplaat
  • Nazcaplaat
  • Antarctische Plaat
  • Australische Plaat
  • Filipijnse Zeeplaat
  • epicentrum - Het punt op het aardoppervlak dat direct boven het hypocentrum ligt.
  • hypocentrum - Het punt van oorsprong van een aardbeving, waar permanente vervorming plaatsvindt.
  • diepte - De afstand tussen het hypocentrum en het epicentrum.
  • seismische golf
  • P-golf - Het is een ruimtegolf, die zich onder het aardoppervlak beweegt. Het is een longitudinale golf; de snelheid is twee keer zo groot als die van een transversale golf en daarom wordt hij het eerst door seismografen opgemerkt.
  • S-golf - Het is een ruimtegolf, die zich onder het aardoppervlak beweegt. Deeltjes bewegen loodrecht op de richting waarin de golf zich verplaatst (in een verticaal of horizontaal vlak). De snelheid is twee keer zo klein als die van een longitudinale golf en daarom wordt hij pas later door seismografen opgemerkt.
  • L-golf - Het is een oppervlaktegolf en hij beweegt zich dus parallel aan het aardoppervlak. Hij is het resultaat van de interferentie van longitudinale golven met horizontale transversale golven. De deeltjes bewegen in een horizontaal vlak loodrecht op de richting waarin de golf zich verplaatst. De amplitude van de beweging van de deeltjes is veel groter dan bij ruimtegolven, maar hij neemt snel af met de diepte. Hij verplaatst zich met hogere snelheden dan de andere soorten oppervlaktegolven.
  • R-golf - Het is een oppervlaktegolf en hij beweegt zich dus parallel aan het aardoppervlak. Hij is het resultaat van de interferentie van longitudinale golven met verticale transversale golven. De deeltjes bewegen in een vlak in dezelfde richting als waarin de golf zich verplaatst. De amplitude van de beweging van de deeltjes is veel groter dan bij ruimtegolven, maar hij neemt snel af met de diepte. Hij verplaatst zich met laagste snelheden van alle oppervlaktegolven.
  • volumegolven
  • oppervlaktegolven
  • seismograaf
  • pen
  • seismogram - Een grafiek die door een seismograaf wordt gemaakt; hij geeft de beweging van de grond over een bepaalde tijd weer.
  • ophanging
  • aardbevingsbestendig gebouw - - eenvoudige indeling - laag zwaartepunt - kleine ramen
  • niet-aardbevingsbestendig gebouw - - complexe indeling - hoog zwaartepunt - grote ramen
  • aardbevingsbestendig gebouw - - verstevigde betonplaat -versteviging in kruisvorm
  • niet-aardbevingsbestendig gebouw - - plaat zonder liggers - geen versteviging
  • aardbevingsbestendig gebouw
  • niet-aardbevingsbestendig gebouw
  • hout- of metaalskeletgebouw - Hout- of metaalskeletgebouwen zijn gemaakt van flexibele materialen die kunnen buigen.
  • gemetseld gebouw - Gemetselde gebouwen (van baksteen, beton) zijn gemaakt van rigide en minder flexibele materialen, die breken als er een grotere kracht op uitgeoefend wordt.
  • aardbevingsbestendig gebouw
  • niet-aardbevingsbestendig gebouw
  • seismische isolatie - Om gebouwen tegen het effect van seismische golven te beschermen, wordt isolatie aan de onderkant gebruikt. Deze systemen bestaan uit structurele elementen van staal en rubber.
  • eenvoudige fundering, zonder seismische isolatie - Het schudden van de grond wordt overgebracht op het gebouw, waardoor er beschadigingen optreden.
  • contragewicht om vibraties tegen te gaan - In het geval van torenflats worden er massieve contragewichten in de top van het gebouw verwerkt. De contragewichten fungeren als een slinger: als de bovenkant van het gebouw naar de ene kant slingert als gevolg van een aardbeving, probeert het contragewicht het in de tegengestelde richting te trekken.
  • architectonisch ontwerp
  • verstevigen van gebouwen
  • bouwmaterialen
  • demping van schokken en vibraties

Gesproken tekst

Een aardbeving is een korte, elastische beweging van de aardkorst. De meest voorkomende soorten aardbevingen zijn tektonische aardbevingen, veroorzaakt door de beweging van tektonische platen; ze vinden plaats langs de randen van de platen. De zwaarste aardbevingen worden veroorzaakt door de botsing van twee tektonische platen.

Tektonische aardbevingen vinden plaats als de druk tussen botsende tektonische platen zich zodanig heeft opgebouwd dat de spanning groter is dan de weerstand van de platen en hun vermogen om te vervormen. De druk komt plotseling vrij (net als een stok die te ver wordt gebogen en plotseling breekt) en verspreidt zich daarna in alle richtingen in de vorm van golven.

Het punt van herkomst van een aardbeving, waar permanente vervorming plaatsvindt, wordt het hypocentrum genoemd. Het punt op het aardoppervlak dat het dichtst bij het hypocentrum ligt, wordt het epicentrum genoemd. Hier heeft de aardbeving de grootste sterkte en vernietigende kracht. De afstand tussen het hypocentrum en het epicentrum is de diepte van de aardbeving.

De energie die in het hypocentrum vrijkomt, verspreidt zich in de vorm van golven. Deze golven verplaatsen zich door het inwendige van de aarde en verspreiden zich in alle richtingen. Ze worden ruimtegolven genoemd.

Er zijn twee soorten ruimtegolven: longitudinale en transversale golven. Hun namen komen van de richting waarin de deeltjes zich bewegen.

De snelheid van longitudinale golven is hoger en dus zijn dit de eerste golven die door apparatuur kan worden opgemerkt. Daarom worden het P-golven genoemd (primaire golven), terwijl transversale golven S-golven worden genoemd (secondaire golven).

Golven die zich parallel aan het aardoppervlak bewegen worden oppervlaktegolven genoemd. Ze zijn het resultaat van de interferentie van P-golven met S-golven. Oppervlaktegolven verplaatsen zich met lagere snelheden dan ruimtegolven, maar hun amplitude is groter; ze veroorzaken de grootste schade.

Elke dag vinden er op aarde duizenden aardbevingen plaats. De meeste zijn zo zwak dat ze alleen met instrumenten kunnen worden waargenomen. Deze instrumenten worden seismografen genoemd; hiermee wordt de beweging van de grond als gevolg van seismische golven tijdens een aardbeving gemeten en vastgelegd.

Een seismograaf bestaat uit een voet die op de grond vastzit, een papieren rol die op op een cilinder draait en een pen met een veer die aan een frame vastzit.

De schaal van Mercalli drukt de sterkte van aardbevingen uit, gebaseerd op hun intensiteit. Deze schaalverdeling laat 12 niveaus van effecten van een aardbeving zien.

De schaal van Richter is gebaseerd op gemeten waarden. Hij geeft de hoeveelheid energie weer die tijdens een aardbeving vrijkomt, dus de magnitude, die door seismografen wordt opgemeten. Elk cijfer op de schaal van Richter vertegenwoordigt een toename in vrijgekomen energie die 32 keer zo groot is als het vorige cijfer.

Hoewel we tegenwoordig uitgebreide kennis over seismische gebieden en het karakter van aardbevingen hebben, is het nog steeds onmogelijk om de precieze tijd te voorspellen waarop een aardbeving zal plaatsvinden. Daarom is de beste manier om ons tegen aardbevingen te beschermen het bouwen van aardbevingsbestendige gebouwen. Het architectonische ontwerp van gebouwen, hun versteviging, de bouwmaterialen die gebruikt worden en de seismische isolatie en demping zijn allemaal belangrijk voor de seismische weerstand.

Gerelateerde items

Tektonische platen

Tektonische platen kunnen ten opzichte van elkaar bewegen.

Tsunami

Tsunamigolven zijn zeer hoge golven die een enorme vernietiging teweeg kan brengen.

Vulkanisme

Deze animatie toont verschillende soorten vulkaanuitbarstingen.

Aardrijkskunde

De animatie toont de grootste bergen, vlakten, rivieren, meren en woestijnen van de wereld.

De structuur van de aarde (middelniveau)

De Aarde is opgebouwd uit verschillende lagen die een bolvormige schil vormen.

De vorming en de werking van stratovulkanen

Stratovulkanen bestaan ​​uit lagen vulkanische as, puin en lava.

De zeebodem (kaart)

De grenzen van tektonische platen op de zeebodem zijn duidelijk waarneembaar.

Eigenschappen van geluidsgolven

In deze animatie worden de belangrijkste eigenschappen van golven uitgelegd met geluidsgolven als voorbeeld.

Geiser

Een geiser is een bron die gekenmerkt wordt door een periodieke ontlading van water en stoom.

Golfsoorten

Golven spelen een zeer belangrijke rol op allerlei gebieden van ons leven.

Het dopplereffect

Een naderende geluidsbron klinkt hoger dan een geluidsbron die zich verwijdert van de waarnemer.

Hotspots

Hotspots zijn gebieden in de korst van de aarde waar magma regelmatig aan het oppervlakte komt en vulkanische activiteit veroorzaakt.

Hydrothermale diepzeebronnen

Een hydrothermale bron is een scheur in het aardoppervlak waaruit geothermisch verwarmd water spuit.

Plooiing (gemiddeld niveau)

Laterale drukkrachten zorgen ervoor dat rotsen zich plooien. Zo worden plooiingsgebergten gevormd.

Tornado's

Kortdurende maar extreem krachtige tornado's kunnen veel schade aanrichten.

Aarde

De aarde is een rotsachtige planeet met een vaste korst en een atmosfeer die zuurstof bevat.

Breuken (intermediair)

Verticale krachten kunnen lagen rots in verschillende breuken breken, die daarna verticaal bewegen langs de breukvlakken.

Continentale drift op een geologische tijdschaal

De continenten van de aarde zijn constant in beweging sinds de geschiedenis van de planeet.

Plooiing (geavanceerd niveau)

Laterale drukkrachten zorgen ervoor dat rotsen zich plooien. Zo worden plooiingsgebergten gevormd.

Added to your cart.